vrijdag 16 september 2011

Kletsafette

De jongeman wil graag een gesprek.
Liefst eentje op niveau en daarvoor heeft hij de bediende van de koffiebar uitgekozen.
"Wat vind jij daar nou van...", begint hij.
"De overheid wil meer vrijwilligers bij de politiecorpsen invoeren..."
De bediende mompelt 'geintresseerd' iets terug.
"Wist je dat in Londen, die bobbies...tweederde van die bobbies zijn vrijwilligers, wist je dat?
En die hebben dan in principe alle cursussen en opleidingen gewoon gehad, alleen geen recherche papieren. Dus officieel zijn ze geen professioneel bla bladebla..."
Er worden nog wat moeilijke woorden gebruikt.
De bediende moet een klant helpen en breekt hiermee het eenzijdige gesprek af.

De oude man wil graag een gesprek.
Of liever:
De oude man wil graag gehoord worden.
(Want eigenlijk maakt het niet uit wat je terug zegt)
De jonge man heeft niet veel zin in zo'n soort gesprek.
Hij wil zijn koffie opdrinken.
En dan door naar zijn werk.
Maar ze zitten aan hetzelfde tafeltje, in de koffiebar op het treinstation.
En hij kan er niet echt onderuit.

"Wis je dè Mabel Wisse-Smit eigenlijk een andere naam het? Mabel Wisse-Smit?"
"...Tja...iedereen mag in principe zijn naam veranderen..."
"Dè komt, ze het d'r vader verloren toen ze nege was hè. Ze was nege toen hij overleed. Nege. Dus ze het hem eigelijk hillemaal nie gekend..."
"...Ja dan kan ik het me wel voorstellen..."
(Ik niet, ik zou juist denken dat die naam het enige is wat je nog van hem meedraagt, dus dat je hem dan liever aan zou houden.)
"Bill Clinton heet ok eigelijk anders hè. Bill Clinton."
"..."
"Die heet eigelijk Bill Blythe!"
"Hm ja...dat moet hij zelf weten..."

De jonge man begint demonstratief zijn spullen bij elkaar te pakken.
"Zo, aan het werk dan maar..."
En weg is hij.

De oude man vervolgt zijn gesprek met de koffiebediende.
Hij vertelt over het weer.
Het was koud gisteren.






woensdag 14 september 2011

Hondsdol

Mijn vreselijke vriend.

Bijna struikel ik over je altijd aanwezige lijf.
Je dringt voor.
Je dringt je op, met je kop onder mijn oksel.
Knuffel mij...knuffel mij!
Je steelt mijn boterham als ik even niet kijk.

Je eet mijn sokken op, vriend.
En stokken, papier en speelgoed.
En de inhoud van je kussen.
Wat je niet kunt verteren kak je weer uit.
En soms heb je daar wat hulp bij nodig, van mij.
Wat niet eens je maag voorbij komt, spuug je weer uit.
Dan trakteer je mij in de vroege ochtend op jouw overgeefsel.
Met een nuchtere maag ruim ik het op, wat een begin van de dag.

Als je gedronken hebt, geslobberd, laat je steevast een spoor van water achter op mijn keukenvloer, via de woonkamer, richting jouw slaapplek.
En ik erachteraan met een doekje.

Je verhaart.
Mijn God, wat verhaar jij.
Elke dag, de hele dag, het hele jaar door.
Korte, scherpe, witte haartjes, die overal in gaan zitten.
Op mijn kleding draag ik jou overal met mij mee.

Je loopt in de weg.
Als ik even voor jou uit het zicht raak, kom je me opzoeken.
Ga je naast me staan met verwachting in je ogen.
Of achter me, geruisloos.
Dan kijk ik om en dan sta je daar.
Te staan, heel stilletjes, te staren naar mijn achterkant.

Mijn trouwe vriend.

Je bent de enige man in ons huishouden.
En vanaf het eerste moment dat je bij me kwam wist ik ook:
Je bent de enige man die onvoorwaardelijk voor mij kiest.
Wat er ook gebeurt, je blijft bij me.
Waar we ook zullen wonen.
Hoe we ook zullen leven.
Je zal nooit een oordeel hebben.
Je zal me nooit afkeuren.
Ik hoef voor jou niets te veranderen.
Ik hoef er alleen maar voor je te zijn.

Mijn trouwe, trouwe vriend.

Al bijna een jaar, de helft van jouw leven tot nu toe, ben je al bij me.
Wat is het gezellig met jouw warme lijf tegen mijn benen.
Samen op de bank, doen waar we goed in zijn.
Jij slaapt, ik schrijf.
Wat breng je mij steeds weer veel vreugde als je met me meerent naast mijn fiets.
Als je me inhaalt wanneer we crossen door het bos.
Je brengt me buiten, zet me aan het denken.
Je helpt me mijn zorgen te verwerken.
Wat heb ik veel los kunnen laten.
Wat heb je veel voor me aangepakt en weggeworpen.
Uit mijn hoofd, achter mij, weg ermee.

Elke dag ben je er, zodra ik wakker word.
Je verwelkomt me iedere ochtend weer met die vreugde...je bent er weer!
En 's avonds ben je de laatste die ik groet.

Slaapwel mijn vriend, tot morgen.







zaterdag 3 september 2011

Dikke 8

Het is alweer september
In een poep en een scheet
is tweederde van het jaar
reeds achter de rug

Op wat nu de laatste zomeravond lijkt
zit ik in mijn tuin
Met port, potlood en kaarslicht
schrijf ik
En realiseer ik mij wederom
dat het leven voorbij vliegt
Met zo'n hoge snelheid, dat je
als je niet uitkijkt
gewoonweg vergeet te leven
Gewoonweg vergeet
dat het elk moment voorbij kan zijn

Die relatie
Die vriendschap
Die baan
Dat leven

Dus ga ik eindelijk eens
die cursus Italiaans beginnen
omdat het morgen misschien niet meer kan

En dus geniet ik van het idee
dat dit een prachtige zomerdag was
Met een zalig zoete avond
die ik af ga sluiten
in mijn eigen thuis

Met twee slapende dochters boven mij
Een trouwe viervoeter naast mij
En een heerlijk gezelschap
onderweg naar mij
om op deze mooie avond te proosten
samen
niet alleen

Vandaag geef ik het leven
een dikke 8





vrijdag 26 augustus 2011

De vrouw

Voor mij in de rij staat een gigantische vrouw.
Zeker 1.95m lang en fors gebouwd.
Ze hoeft zich niet om te draaien, het is duidelijk dat ze eigenlijk van het andere geslacht is.
Terwijl haar zoete, doordringende parfum mij lichtelijk begint te bedwelmen, vraag ik mij af.
Hoe komt het toch dat mannen niet in staat zijn om gewoon, subtiel vrouw te zijn?
Waarom moet de geur zo sterk?
Waarom moet het haar zo blond?
De nagels zó roze en de koffer zó Louis Vuitton?
Waarom draagt ze haar make-up alsof ze elk moment het toneel kan bestijgen?
Een plamuurlaag die me het idee geeft dat daarachter een totaal ander gezicht schuilgaat...wat waarschijnlijk ook zo is.
En waarom die boezem, als ze zich omdraait om mij iets te vragen, zó groot...zó bloot...zó in mijn blikveld?

'Mevrouw', dit is toch niet hoe wij zijn?
Wij, vrouwen?
Is dit werkelijk hoe je ons ziet?
Ik begrijp dat niet, wat geeft je het idee dat dit de manier is waarop je je moet uiten om vrouw gevonden te worden?
Je bent het of je bent het niet.
Ook al ben je een man, dan kun je nog steeds een vrouw zijn.
Maar dit, 'mevrouw', is meer een soort karikatuur.
Wat zou ik je graag eens in een simpele jurk zien.
Met je haar ongekamd en enkel wat mascara op je gezicht.
Laat mij je nagels dan eens lakken.
Gewoon, een bescheiden, natuurlijk kleurtje.
En hou maar op met die parfum, je hebt het niet persé nodig.

Oh, en dat loopje, daar moeten we ook wat aan doen.
Dat wulpse gehuppel moet eraf.
Loop gewoon zoals je je voelt, elegant.
Wees jezelf.
Een vrouw.
Als dat is wat je graag wil.

En dan loopt er een vrouw voorbij.
Een die er precies zo uitziet als "zij", diezelfde overtuttelde stijl.
Maar dan authentiek, een "echte" vrouw.
Ik ruik haar langskomen.
Ik moet ervan zuchten.

Want ja...nee...zo snappen ze het nooit natuurlijk.