donderdag 2 augustus 2012

Hondsheet

Wat een verademing op deze gloeiende dag in Rome.
Water!
Een grote fontein vol.
Midden in een klein, verdroogd stadsparkje aan Via Arenula, waar de bankjes voornamelijk bezet worden door half ontklede daklozen.
De brede, betonnen rand van de fontein is bijna een meter hoog.
Ik klauter enigzins onhandig over de rand, eleganter gaat me dit niet lukken.
Onder toeziend oog van de thuisloze parkbevolking (vergeet ik dat ik een rokje draag, neem ik mij voor om op weg naar beneden straks de andere kant op te draaien met mijn benen en) laat ik mijn blote voeten in het verkoelende water zakken.
Zo.
En hier blijf ik voorlopig even zitten.
Want dit is verdomd zalig.
En dan krijg ik gezelschap.
Ik had hem al eerder ergens op straat zien zitten en nu is hij hier.
De zwerver met zijn roedel, 5 honden in diverse soorten en maten.
De Cane Corso kan het zelf, de labrador heeft een kontje nodig van de baas en de oude herder wordt opgetild, zo plonzen ze één voor één het water in.
De fontein is nu gevuld met mijn voeten en drie grote, zichtbaar opgeluchte zwerfhonden.
Ik ben vertederd.
Die man zorgt goed voor ze.
Hij leeft op straat en dit zijn zijn partners.
Zijn beschermers.
Maar vooral ook; zijn enige echt betrouwbare, onvoorwaardelijke vrienden.
De trouwe viervoeters kunnen nog net staan, zo bewegen ze zich traag en ontspannen voort in die grote, ronde kom.
Ze drinken wat, zwemwandelen rondjes en genieten.
De andere twee besluiten uit zichzelf hun bad te verlaten.
Maar de oude herder blijft nog even.
Als de baas het te lang vindt duren, duwt hij liefdevol plagerig zijn bejaarde, grijzende kop even onder.
Oude herder vindt het niet erg.
De man helpt hem over de rand, hij schudt zich nog even flink uit en niet veel later zijn ze vertrokken.
Pauze is voorbij, er is werk aan de winkel.
Als ik ze na een poosje nog eens tegenkom is hun dag weer in volle gang.
Zittend en liggend in de schaduw, met een briefje en een ondersteboven pet.
It's a beautiful, romantic, but hard knock life.

woensdag 1 augustus 2012

Gered

"Get ap!"
Ik kijk op, heeft hij het tegen mij?
Handgebaar erbij.
"GET AP!"
Ik krabbel omhoog van de gladde stationsvloer, terwijl ik hem een blik toewerp waarmee ik hoop uit te stralen dat hij, man in pak met belangrijk pasje op zijn borst gespeld, dat best op een beleefdere manier zou kunnen verzoeken.
Ook al ben ik slechts een arme, bezweette backpacker.
Maar dan gebeurt er iets opvallends.
Zodra ik ben opgestaan verandert zijn toon.
Is hij ineens weer die galante heer zoals een echte Italiaan betaamt.
En ben ik blijkbaar een dame, una bella donna in nood.
Want ik heb zojuist anderhalf uur door Rome gelopen, van het ene gesloten hostel naar het andere en weer terug naar het station.
Omdat mijn Romeinse vriend en gastheer pas morgen in de stad is, heb ik voor een nacht een slaapplaats nodig.
Ineens gaat alles heel snel.
Deze meneer werkt voor de overheid en is speciaal aangesteld om reizigers aan veilige nachtrust te helpen.
Zo begrijp ik het tenminste, en ik geloof dat ik zojuist zijn project ben geworden.
Ik wandel met hem mee en hij kletst de oren van mijn hoofd.
In verdraaid snel Engels-met-accent, dus verdraaid lastig te verstaan.
Maar het geeft niet, want hij heeft een goedkoop hotel voor me, op Via Cavour.
Een van de drukste en meest toeristische straten van Rome.
Hij loop met me mee naar binnen, wacht tot ik al mijn gegevens heb ingevuld.
Helpt de receptioniste met het kleingeld dat ik terugkrijg.
Neemt de sleutel aan en begeleidt me naar mijn kamer.
Hij doet de deur voor me open, laat zien waar het toilet is.
Stopt mij nog wat belangrijke adviezen toe voor een veilig verblijf in Rome ("Stay away from the Gypsies!"), schudt me de dankbare hand en vertrekt.
Mij achterlatend in een ruime kamer met een prima bed.
Aan een lawaaiige straat.
Met een douche in de hoek van de kamer, waarvan de deurtjes van kalk en ellende uit elkaar dreigen te vallen.
Met TL-verlichting om de sfeer te zetten.
Met een hergebruikt afvalzakje en een vloer die je voetzolen zwart maakt.
Met een brede glimlach sta ik hier.
Ik kan dit met recht de meest "crappy" hotelkamer noemen die ik ooit heb bezocht.
Maar de handdoeken zijn schoon en het bed slaapt opvallend goed.
Tien minuten geleden wist ik nog niet waar ik zou slapen.
Heerlijk dit soort verrassingen.
Crappy, maar heerlijk.

Gezichtsbedrog

Camogli is klein en ligt aan de Italiaanse Rivièra, ergens tussen Genova en la Spezia.
Al die plaatjes hier langs de kustlijn kenmerken zich door de gezellig gevarieerd gekleurde huisjes.
Allerlei pasteltintjes door elkaar, vaak opgestapeld en nonchalant gerangschikt rondom een baai met haventje, houten bootjes, oerknus en smakelijk om te zien allemaal.
Mooi, maar eigenlijk niets voor mij, merk ik nu.
Want het is allemaal oppervlak, niets is wat het lijkt.
Zo blijkt.
Zodra je dichterbij komt, gaat het ineens opvallen dat al dat gezellig authentieke schilderwerk op de gevels ook daadwerkelijk niet meer is dan schilderwerk.
De muren zijn volledig dichtgepleisterd, met hier en daar een raam met groene, houten luiken.
De rest van de rijen ramen, luiken en ornamenten die je op afstand denkt te zien, blijken in feite muurschilderingen te zijn.
"Ramen" dus.
Met "ornamenten".
Sommige creatievelingen hebben zelfs diepte in hun gevels gesuggereerd, door "nisjes" aan te brengen met "standbeeldjes" erin.
Een van de "raamkozijnen" met "halfgeopende luiken" heeft zelfs een "grijze kat" op haar "vensterbank" zitten...
Nep nep nep!
Overal waar je kijkt!
Ik krijg het gevoel alsof ik door Duckstad loop.
Of een filmset.
Al dit moois is enkel en alleen maar opgezet als een mooi plaatje voor de toeristen.
Ik vind een dag hier rondlopen eigenlijk wel meer dan genoeg.
Ik wil hier weg, ik wil naar de stad.
Waar ik mij op mijn gemak en zelfs een beetje thuis voel, steeds weer.
Waar de muren gewoon echt zijn, ook van dichtbij.
Waar niet gelogen wordt over de lelijkheid, want die is er genoeg.
Alora, vado.
Het is tijd voor Rome

dinsdag 31 juli 2012

Hypocrituniek

Semi-transparante tuniekjes zijn in.
En dan heb ik het dus over strandmode.
Zittend op het leukste plekje van dit restaurant, een grote raamopening met daarin mijn tafeltje en uitzicht op de Italiaanse rivièra, zie ik ze vele malen voorbij komen.
In allerlei kleuren, maar vooral de witte uitvoering is erg populair.
Bikini, met hier overheen zo'n nietsverhullend dun stukje stof.
Wat maakt nou eigenlijk dat je er zo prima bij kunt lopen als je je ergens aan een zwemgelegenheid bevindt?
Dat gegeven van water in combinatie met het feit dat het badkleding is en geen ondergoed, zorgt ervoor dat het algemeen geaccepteerd is als je zo schaars gekleed rondloopt.
Dat het mag.
Dat het niet ordinair is.
Dat je billen, die onherroepelijk onder zowel tuniek als broekrandje uitglippen, gewoon gezien mogen worden.
Als één van de factoren 'bikini' of 'water' zou ontbreken, zou dat het beeld direct veranderen.
Zou je in BH en slipje gaan rondlopen, met daaroverheen niets meer dan zo'n semi-doorzichtige net-niet-jurk-net-niet-blouse, dan word je zeker weten heel raar aangekeken.
Als je in bikini en tuniek door bijvoorbeeld Eindhoven zou gaan lopen...zou het gevolg hetzelfde zijn, waarschijnlijk.
Maar hier aan de kust mag het.
Met semi-transparante tuniek kan alles.
Dan ineens wel.
Wat een hypocriet kledingstuk eigenlijk, dat tuniek.