Mijn reisjes naar Rome zijn zo verschillend elke keer.
De eerste was een prachtige vlucht van alles.
In een periode waarin ik heel nodig weg moest van alles wat pijn deed.
Een week op een hoge, roze wolk.
Met zon, passie, verwondering en nieuwe vriendschappen.
De tweede was guur en moeilijk.
Ik viel van een motor.
Mijn hand was kapot.
Maar ik werd wel verliefd.
En zo kwam reisje nummer drie.
Diezelfde maand nog.
Een paar dagen met lief en kinderen in de frisse buitenlucht van een dorp buiten de stad.
Met zalige wijn, prosciutto en bronwater uit een rots.
En de kinderen rennend door schattige stenen steegjes.
En ik die daar wilde wonen.
Maar dat niet kon.
Dus de vierde reis werd er een van verbreken.
Samen zijn, uit elkaar gaan, alleen door de stad struinen.
Weer samenkomen, afscheid nemen.
Op een goede manier.
Zodat we een fijne vriendschap konden overhouden.
En ik voor de vijfde keer kwam, een hele poos later.
Een hele relatie later.
Een leuk weekend waarin ik veel mensen terug zag.
Veel plezier had.
En me voornam om snel weer te gaan.
En nu, een jaar later, was daar nummer zes.
Samen met mijn liefje.
Die mijn vorige liefje erg sympathiek vond.
En met wie ik zware, confronterende, maar ongelooflijk leerzame
gesprekken heb gevoerd.
Daar in Rome zijn weer eens kwartjes gevallen voor mij.
Hele belangrijke kwartjes.
Rome maakt me moe.
Hij haalt mijn oude wonden open.
Maar verbindt ze altijd weer met liefde.
Dus hou ik van hem.
En moet ik terug, steeds weer.
Er valt altijd wel iets te ontdekken.
Is het niet in de stad, dan is het wel in mijzelf.
vrijdag 30 maart 2012
donderdag 8 maart 2012
Gewoon Aardig
Een paar weken geleden, in een Indiaas restaurant ergens in Engeland.
De bediende vroeg waar we vandaan kwamen.
Ik antwoordde.
Zijn reactie "Ah, Dutch! Very tolerant people...!" deed mij fronzen.
Toen hij wegliep sprak ik mijn frons uit tegen mijn tafelgenote.
Tolerant?
Vleiend dat we zo'n imago hebben hoor, maar wel achterhaald.
Want zo tolerant zijn we helaas niet meer in ons kleine, koude land.
Er wordt meer en meer gemopperd en geklaagd.
We sluiten ons af voor hen en dus zij ook voor ons.
We hebben tegenwoordig een politieke partij in onze regering die een website opricht waarop je je beklag kan doen over Oost-Europeanen.
We zijn over het algemeen allang niet meer tolerant.
En daar kan ik mij voor schamen.
Vanmorgen sprak een Roemeense jongeman mij voor de supermarkt aan.
In het Engels vroeg hij waar hij bloemen kon kopen.
Toen hij zag dat de supermarkt ze had staan, liep hij mee naar binnen.
Nadat ik mijn boodschappen had afgerekend kwam ik hem weer tegen.
Drie al enigzins verleppende bosjes rozen had hij net afgerekend.
Ik vroeg hem of hij geslaagd was, hij wees vertwijfeld naar zijn aankoop.
Of ik hem misschien even wilde helpen.
Hoe kon hij deze bloemen nou wat leuker laten ogen?
Er was daar niets om de bosjes mee te versieren.
Ze zagen er eigenlijk niet uit.
Het was vandaag "Internationale Vrouwendag" en hij wilde de dames op zijn werk iets aanbieden.
Eén ervan was iets 'specialer'...
Ineens bedacht ik me dat er even verderop een echte bloemenzaak was, daar zou hij vast iets beters kunnen vinden.
"Come on", zei ik, "we'll try to return these flowers and I'll show you the other store."
"Are you sure? Will you help me? That's so kind!"
"No problem, let's go."
De bloemen mochten terug van de dame achter de balie.
Op de fiets richting de bloemenzaak glunderde hij.
"This is so awesome! You're being so helpful, thank you!"
"I think it's normal. We should be helpful to each other more often."
"Well, I've been here for a while now and I have to say, people have been quite rude most of the time."
"Hmm, I guess a lot of people are always in a hurry these days..." zei ik, "and I always try NOT to be."
"I've heard the word kutbuitenlander too many times already..." vervolgde hij.
"Really?" schrok ik. "I do apologise for that, I'm so sorry...!"
En dat meende ik, want ik schaamde me toen ik dat hoorde.
Ik vond dat erg.
Zo'n een aardige jongen.
Bloemen kopen voor zijn collega's op Vrouwendag.
In sommige gevallen mogen onze mensen best een voorbeeld nemen aan die kutbuitenlanders...
Bij thuiskomst heb ik de site opgezocht.
Het 'meldpunt Midden- en Oost-Europeanen'.
Ik heb ze verteld over mijn ontmoeting met deze attente Roemeen.
En meneer Wilders gevraagd of hij vandaag eigenlijk bloemen voor zijn vrouw heeft gekocht.
Ik betwijfel het namelijk.
De bediende vroeg waar we vandaan kwamen.
Ik antwoordde.
Zijn reactie "Ah, Dutch! Very tolerant people...!" deed mij fronzen.
Toen hij wegliep sprak ik mijn frons uit tegen mijn tafelgenote.
Tolerant?
Vleiend dat we zo'n imago hebben hoor, maar wel achterhaald.
Want zo tolerant zijn we helaas niet meer in ons kleine, koude land.
Er wordt meer en meer gemopperd en geklaagd.
We sluiten ons af voor hen en dus zij ook voor ons.
We hebben tegenwoordig een politieke partij in onze regering die een website opricht waarop je je beklag kan doen over Oost-Europeanen.
We zijn over het algemeen allang niet meer tolerant.
En daar kan ik mij voor schamen.
Vanmorgen sprak een Roemeense jongeman mij voor de supermarkt aan.
In het Engels vroeg hij waar hij bloemen kon kopen.
Toen hij zag dat de supermarkt ze had staan, liep hij mee naar binnen.
Nadat ik mijn boodschappen had afgerekend kwam ik hem weer tegen.
Drie al enigzins verleppende bosjes rozen had hij net afgerekend.
Ik vroeg hem of hij geslaagd was, hij wees vertwijfeld naar zijn aankoop.
Of ik hem misschien even wilde helpen.
Hoe kon hij deze bloemen nou wat leuker laten ogen?
Er was daar niets om de bosjes mee te versieren.
Ze zagen er eigenlijk niet uit.
Het was vandaag "Internationale Vrouwendag" en hij wilde de dames op zijn werk iets aanbieden.
Eén ervan was iets 'specialer'...
Ineens bedacht ik me dat er even verderop een echte bloemenzaak was, daar zou hij vast iets beters kunnen vinden.
"Come on", zei ik, "we'll try to return these flowers and I'll show you the other store."
"Are you sure? Will you help me? That's so kind!"
"No problem, let's go."
De bloemen mochten terug van de dame achter de balie.
Op de fiets richting de bloemenzaak glunderde hij.
"This is so awesome! You're being so helpful, thank you!"
"I think it's normal. We should be helpful to each other more often."
"Well, I've been here for a while now and I have to say, people have been quite rude most of the time."
"Hmm, I guess a lot of people are always in a hurry these days..." zei ik, "and I always try NOT to be."
"I've heard the word kutbuitenlander too many times already..." vervolgde hij.
"Really?" schrok ik. "I do apologise for that, I'm so sorry...!"
En dat meende ik, want ik schaamde me toen ik dat hoorde.
Ik vond dat erg.
Zo'n een aardige jongen.
Bloemen kopen voor zijn collega's op Vrouwendag.
In sommige gevallen mogen onze mensen best een voorbeeld nemen aan die kutbuitenlanders...
Bij thuiskomst heb ik de site opgezocht.
Het 'meldpunt Midden- en Oost-Europeanen'.
Ik heb ze verteld over mijn ontmoeting met deze attente Roemeen.
En meneer Wilders gevraagd of hij vandaag eigenlijk bloemen voor zijn vrouw heeft gekocht.
Ik betwijfel het namelijk.
Labels:
alledaags,
witte wolken
zondag 4 maart 2012
Zwartheid
Het is weer zover
Zwarte wolken vullen mijn hoofd
Ontnemen mij het overzicht
Als in die droom
waarin ik probeer te rennen
maar nauwelijks vooruit kom
Zo wurm ik mij de dag door
De tijd is een dikke brij geworden
Er lijkt geen einde aan te komen
Ik wil overal mee stoppen
Afkappen en alleen zijn
Onder de dekens kruipen
met enkel mezelf
en mijn zieligheid
Verdriet en labiliteit
irritatie en onverschilligheid
maken zich weer eens meester van mij
Ik sta er zelf versteld van
hoe mijn gedachten kunnen transformeren
Binnen een paar dagen
denk ik volledig in een andere richting
Zo vrolijk en luchtig als ik was
voorheen
Zo zwart ben ik nu
Maar het gaat over
Dat weet ik
En daar wacht ik op
Dit wordt de laatste keer
Neem ik mezelf voor
Zwarte wolken vullen mijn hoofd
Ontnemen mij het overzicht
Als in die droom
waarin ik probeer te rennen
maar nauwelijks vooruit kom
Zo wurm ik mij de dag door
De tijd is een dikke brij geworden
Er lijkt geen einde aan te komen
Ik wil overal mee stoppen
Afkappen en alleen zijn
Onder de dekens kruipen
met enkel mezelf
en mijn zieligheid
Verdriet en labiliteit
irritatie en onverschilligheid
maken zich weer eens meester van mij
Ik sta er zelf versteld van
hoe mijn gedachten kunnen transformeren
Binnen een paar dagen
denk ik volledig in een andere richting
Zo vrolijk en luchtig als ik was
voorheen
Zo zwart ben ik nu
Maar het gaat over
Dat weet ik
En daar wacht ik op
Dit wordt de laatste keer
Neem ik mezelf voor
Foto: Michal Karcz
Labels:
zwarte wolken
woensdag 29 februari 2012
Café de Gekte
Het is vrijdag en het is nacht.
Ik bevind mij in één van die weinige kroegen waar ik mij al jaren zeer onregelmatig bevind.
Een kroeg waar ik mij als tiener altijd te jong voelde, bedenk ik me nu.
Vreemd genoeg heeft dat gevoel mij nooit echt helemaal verlaten, ook al ben ik inmiddels de dertig gepasseerd.
Ik denk dat dat komt doordat er nog steeds ongeveer dezelfde mensen komen.
Al die jaren al, blijven ze maar komen.
Ze worden hier oud, onder mijn neus zie ik ze vergrijzen, hier in de kroeg.
Overdag kom ik er nooit, ik heb er geen zin in en geen tijd voor.
Maar 's nachts ben ik hier graag.
Ik nestel mij in een van die comfortabele lederen banken.
Ik drink mijn drank en observeer.
Dat is wat ik hier het liefste doe.
Want café de Gekte bevat een fascinerend schouwspel dat zich meer en meer voor je ogen ontvouwt, naarmate de tijd dieper de nacht in sluipt.
Naarmate de alcohol dieper de mens in kruipt.
Ik drink mijn drank en ervaar.
Hoe kunstenaars en muzikanten zich vergrijpen aan hun zoveelste glas.
Hoe artiesten en schrijvers hun beschonken ogen over het vrouwelijk schoon laten glijden.
Hoe de acteur tot in den treure poogt zijn vrouw te bedriegen.
Hoe de oude kerel wordt weggejaagd omdat hij weer niet kan betalen.
Hoe de poolballen enkel bij toeval nog de pockets bereiken, ondanks verwoede pogingen van de spelers om er een serieus lijkend spel van te maken.
Hoe de vrouw die ooit zo mooi gevonden werd al dansend in beschonken en onbeschaamde toestand haar lichaam op het biljart drapeert.
Hoe de kroegeigenaar nog een flinke teug neemt, terwijl hij naar buiten zwalkt om zijn stamgasten te omhelzen.
Hoe de ontwerper binnen en buiten, binnen en buiten waggelt, zijn wandeling eindigend tegen sluitingstijd, wanneer hij de slaap gevonden heeft op een bankstel.
Hoe grijzende mannen nog zo graag jongens willen zijn.
Hoe de alcohol de wereld hier binnen, alles wat hier leeft, lijkt te vertroebelen.
Hoe nuchter ik mij voel, vergeleken met hen.
Hoe ik geniet.
Van deze voorstelling, die zij opvoeren voor mij.
Zonder dat ze het weten.
Hoe het liedje in mijn hoofd verschijnt terwijl ik hen aanschouw.
Het liedje dat mij de rest van de nacht zal bijblijven.
Omdat het best mooi verwoordt wat ik hier om mij heen meemaak.
Ik zit er midden in, in dit prachtige chanson.
Ik maak weer eens een klassieker mee, vannacht.
Ik bevind mij in één van die weinige kroegen waar ik mij al jaren zeer onregelmatig bevind.
Een kroeg waar ik mij als tiener altijd te jong voelde, bedenk ik me nu.
Vreemd genoeg heeft dat gevoel mij nooit echt helemaal verlaten, ook al ben ik inmiddels de dertig gepasseerd.
Ik denk dat dat komt doordat er nog steeds ongeveer dezelfde mensen komen.
Al die jaren al, blijven ze maar komen.
Ze worden hier oud, onder mijn neus zie ik ze vergrijzen, hier in de kroeg.
Overdag kom ik er nooit, ik heb er geen zin in en geen tijd voor.
Maar 's nachts ben ik hier graag.
Ik nestel mij in een van die comfortabele lederen banken.
Ik drink mijn drank en observeer.
Dat is wat ik hier het liefste doe.
Want café de Gekte bevat een fascinerend schouwspel dat zich meer en meer voor je ogen ontvouwt, naarmate de tijd dieper de nacht in sluipt.
Naarmate de alcohol dieper de mens in kruipt.
Ik drink mijn drank en ervaar.
Hoe kunstenaars en muzikanten zich vergrijpen aan hun zoveelste glas.
Hoe artiesten en schrijvers hun beschonken ogen over het vrouwelijk schoon laten glijden.
Hoe de acteur tot in den treure poogt zijn vrouw te bedriegen.
Hoe de oude kerel wordt weggejaagd omdat hij weer niet kan betalen.
Hoe de poolballen enkel bij toeval nog de pockets bereiken, ondanks verwoede pogingen van de spelers om er een serieus lijkend spel van te maken.
Hoe de vrouw die ooit zo mooi gevonden werd al dansend in beschonken en onbeschaamde toestand haar lichaam op het biljart drapeert.
Hoe de kroegeigenaar nog een flinke teug neemt, terwijl hij naar buiten zwalkt om zijn stamgasten te omhelzen.
Hoe de ontwerper binnen en buiten, binnen en buiten waggelt, zijn wandeling eindigend tegen sluitingstijd, wanneer hij de slaap gevonden heeft op een bankstel.
Hoe grijzende mannen nog zo graag jongens willen zijn.
Hoe de alcohol de wereld hier binnen, alles wat hier leeft, lijkt te vertroebelen.
Hoe nuchter ik mij voel, vergeleken met hen.
Hoe ik geniet.
Van deze voorstelling, die zij opvoeren voor mij.
Zonder dat ze het weten.
Hoe het liedje in mijn hoofd verschijnt terwijl ik hen aanschouw.
Het liedje dat mij de rest van de nacht zal bijblijven.
Omdat het best mooi verwoordt wat ik hier om mij heen meemaak.
Ik zit er midden in, in dit prachtige chanson.
Ik maak weer eens een klassieker mee, vannacht.
Luister naar "De nuttelozen van de nacht" (J. Brel)
Labels:
alledaags,
muziek,
witte wolken
Abonneren op:
Posts (Atom)

