zondag 5 februari 2012
maandag 23 januari 2012
Hiep Waf Hoera
Mijn hond was gisteren jarig.
Twee jaar is hij geworden.
We hebben een liedje voor hem gezongen.
Hij vond dat leuk, al die enthousiaste meiden om hem heen.
Bij "Hiep hiep...hoeraaa" ging hij van vreugde op zijn achterpoten staan.
Alsof hij door had dat hij iets te vieren had.
's Avonds, toen hij op zijn kussen tevreden lag te zijn, knielde ik bij hem neer.
Ik aaide hem en gaf hem een knuffel.
Hij woont bij me sinds hij 10 maanden oud is.
Ik word regelmatig stapelgek van zijn rare streken.
Hij is een eeuwig kind, zal nooit opgroeien en leren zijn rommel achter zich op te ruimen.
Zo vermoeiend af en toe.
Maar deze avond keek ik naar hem en realiseerde ik me dat hij inmiddels een plekje in mijn hart veroverd heeft.
Het heeft even moeten groeien.
Ik ben altijd wel dol op hem geweest, maar deze avond realiseerde ik me.
Dat ik best wel van hem hou.
Ik hou van hem.
En dat heb ik hem verteld.
Ik geloof dat hij het snapte.
Twee jaar is hij geworden.
We hebben een liedje voor hem gezongen.
Hij vond dat leuk, al die enthousiaste meiden om hem heen.
Bij "Hiep hiep...hoeraaa" ging hij van vreugde op zijn achterpoten staan.
Alsof hij door had dat hij iets te vieren had.
's Avonds, toen hij op zijn kussen tevreden lag te zijn, knielde ik bij hem neer.
Ik aaide hem en gaf hem een knuffel.
Hij woont bij me sinds hij 10 maanden oud is.
Ik word regelmatig stapelgek van zijn rare streken.
Hij is een eeuwig kind, zal nooit opgroeien en leren zijn rommel achter zich op te ruimen.
Zo vermoeiend af en toe.
Maar deze avond keek ik naar hem en realiseerde ik me dat hij inmiddels een plekje in mijn hart veroverd heeft.
Het heeft even moeten groeien.
Ik ben altijd wel dol op hem geweest, maar deze avond realiseerde ik me.
Dat ik best wel van hem hou.
Ik hou van hem.
En dat heb ik hem verteld.
Ik geloof dat hij het snapte.
Labels:
alledaags,
hond,
witte wolken
zondag 22 januari 2012
Ochtendglorie
Een ochtend in september, op het spoor van Eindhoven naar Utrecht.
We zijn vertrokken, de trein en mijn gedachten.
Door het raam zie ik hoe de dag langzaam openvouwt.
De zon die zachtjes voorgloeit en de witte sluier die over de weilanden rust
geven het landschap iets dromerigs.
Verzonken in mijn ochtendlijke dromen glijdt mijn blik over de ontwakende velden.
Er gebeurt nog niet veel daarbuiten, het is er nog kalm en leeg.
En dan ineens, een ongelooflijke voorstelling.
Zo onverwacht en in een fractie van een moment is het voorbij.
Honderden ganzen wandelen, allen in dezelfde richting door het gras,
de rug naar mij gekeerd.
En precies wanneer ik voorbij raas, beginnen ze op te stijgen.
Allemaal tegelijk spreiden ze hun vleugels, beginnen ze te rennen
en vliegen ze op.
Wat een magisch beeld.
Als een choreografie die speciaal voor mij in scène gezet werd.
Honderden glanzende vleugels in het goudgele ochtendlicht, een heel weiland vol.
Allemaal dezelfde richting, klapperen ze de lucht in, stralend, van mij vandaan.
En weg is het beeld.
Al wat over is, zijn nog meer kale, vochtige landerijen.
Glanzend zonlicht dat herinnert aan een schitterend schouwspel.
En een vrouw, een meisje.
Dat met open mond en ingehouden adem zit na te genieten in de trein.
Wat een wonderschoon cadeau was dit.
Wat een heerlijk gevoel van vrijheid.
Foto: Margriet Hulsker
We zijn vertrokken, de trein en mijn gedachten.
Door het raam zie ik hoe de dag langzaam openvouwt.
De zon die zachtjes voorgloeit en de witte sluier die over de weilanden rust
geven het landschap iets dromerigs.
Verzonken in mijn ochtendlijke dromen glijdt mijn blik over de ontwakende velden.
Er gebeurt nog niet veel daarbuiten, het is er nog kalm en leeg.
En dan ineens, een ongelooflijke voorstelling.
Zo onverwacht en in een fractie van een moment is het voorbij.
Honderden ganzen wandelen, allen in dezelfde richting door het gras,
de rug naar mij gekeerd.
En precies wanneer ik voorbij raas, beginnen ze op te stijgen.
Allemaal tegelijk spreiden ze hun vleugels, beginnen ze te rennen
en vliegen ze op.
Wat een magisch beeld.
Als een choreografie die speciaal voor mij in scène gezet werd.
Honderden glanzende vleugels in het goudgele ochtendlicht, een heel weiland vol.
Allemaal dezelfde richting, klapperen ze de lucht in, stralend, van mij vandaan.
En weg is het beeld.
Al wat over is, zijn nog meer kale, vochtige landerijen.
Glanzend zonlicht dat herinnert aan een schitterend schouwspel.
En een vrouw, een meisje.
Dat met open mond en ingehouden adem zit na te genieten in de trein.
Wat een wonderschoon cadeau was dit.
Wat een heerlijk gevoel van vrijheid.
Foto: Margriet Hulsker
Labels:
alledaags,
reizen,
witte wolken
vrijdag 20 januari 2012
Beregoed
Het meisje heeft de beer terug gevonden.
Ze wist al wel dat hij er was.
Ze hadden al ooit eerder geknuffeld.
Heel lang geleden.
Ineens is hij daar weer.
Hij vindt het meisje leuk.
Het meisje vindt de beer leuk.
Ze vindt hem warm, grappig en gezellig.
Net als toen, jaren terug.
Hij vindt haar ook warm.
En grappig en gezellig.
Als ze samen zijn hebben ze veel plezier.
De beer doet vaak zo mal.
Het meisje moet dan heel hard lachen.
Hij verzint gekke liedjes voor haar.
En dansjes.
En elke dag een nieuwe bijnaam.
Hij is net zo mal als zij.
Daar is ze blij mee.
Het meisje heeft soms spookjes in haar hoofd.
Die haar bang maken of onzeker.
De beer kent die spookjes wel.
Hij heeft ze zelf ook.
Hij snapt haar hoofd best goed.
Bij de beer kan ze zichzelf zijn.
Meer dan ooit, bij wie dan ook.
Hij vindt het prima, zoals ze is.
Ze hoeft nooit anders te zijn voor hem.
En andersom, precies zo.
De beer zit graag in zijn hol.
Hij hoeft niets nieuws, niets anders dan dat.
Het meisje heeft ook een fijne plek, heel vlakbij.
Zij is ook tevreden met wat ze heeft.
Zo wandelen ze af en aan.
Van hol naar huis.
Van huis naar hol.
En het is goed zo.
Beregoed.
Ze wist al wel dat hij er was.
Ze hadden al ooit eerder geknuffeld.
Heel lang geleden.
Ineens is hij daar weer.
Hij vindt het meisje leuk.
Het meisje vindt de beer leuk.
Ze vindt hem warm, grappig en gezellig.
Net als toen, jaren terug.
Hij vindt haar ook warm.
En grappig en gezellig.
Als ze samen zijn hebben ze veel plezier.
De beer doet vaak zo mal.
Het meisje moet dan heel hard lachen.
Hij verzint gekke liedjes voor haar.
En dansjes.
En elke dag een nieuwe bijnaam.
Hij is net zo mal als zij.
Daar is ze blij mee.
Het meisje heeft soms spookjes in haar hoofd.
Die haar bang maken of onzeker.
De beer kent die spookjes wel.
Hij heeft ze zelf ook.
Hij snapt haar hoofd best goed.
Bij de beer kan ze zichzelf zijn.
Meer dan ooit, bij wie dan ook.
Hij vindt het prima, zoals ze is.
Ze hoeft nooit anders te zijn voor hem.
En andersom, precies zo.
De beer zit graag in zijn hol.
Hij hoeft niets nieuws, niets anders dan dat.
Het meisje heeft ook een fijne plek, heel vlakbij.
Zij is ook tevreden met wat ze heeft.
Zo wandelen ze af en aan.
Van hol naar huis.
Van huis naar hol.
En het is goed zo.
Beregoed.
Labels:
liefde,
mijn krabbels,
witte wolken
Abonneren op:
Posts (Atom)


