woensdag 23 maart 2011

Hoezee

Ik smeer broodjes
Zet verse koffie
Verkoop soep
En buiten komt ze tevoorschijn

Ze komen, kopen en vertrekken weer
Want ze staan binnen
En daar willen ze niet zijn
De zon schijnt

En als ik naar buiten kijk
zie ik licht
en frisse, geurige lucht
Ontluikend groen
Mensen zonder jas

En als ik naar de overkant kijk
ligt daar
volledig naakt
volledig glad geschoren
volledig in het zicht van onze school
de overbuurman
achter zijn open glazen schuifpui te zonnen

Nederland
Heerlijk land
Het is weer lente


zondag 13 maart 2011

Bijzondig

Zaterdagmiddag op de markt met vriendin.

We raakten aan de praat met een man die honing verkocht.
Allemaal puur natuur, zonder toevoegingen.
Regelrecht uit de bijenraat, in het potje.
Hij bleek zelf imker te zijn en zich te ontfermen over ik-weet-niet-meer-hoeveel bijenvolken.
Hij had er in ieder geval een behoorlijke dagtaak aan, begreep ik.
Ik vind dat een mooi beroep, imker.
Dus dat zei ik hem en daar praatten we over.
Best een leuk gesprek, het pleziert me om te merken hoe bevlogen iemand kan praten over zijn hobby, werk, passie...
Hij maakte zelf honing, maar verhuurde zijn bijen ook aan fruittelers, die de bijen gebruikten voor een betere bestuiving van de fruitbomen.
Ook liet hij zijn bijenwas verwerken in een soort "wonderzalfje" dat erg goed zou zijn tegen exceem en andere huidaandoeningen.
Ik vertelde hem dat mijn dochter daar misschien baat bij zou kunnen hebben.
Hij somde wat wonderlijke genezingen op die mij deden besluiten om de tube zalf toch maar te laten staan.

Omdat we dachten dat het wel eens leuk zou zijn om iets over zijn imkerbestaan te schrijven, stelden we voor dat we eens langs zouden komen om naar zijn bijen te komen kijken.
Dat vond hij prima.
Als we tenminste niet bang voor bijen waren.
Ik bedacht mij ineens hardop dat ik hoogstwaarschijnlijk een allergie voor bijensteken heb.

En toen gebeurde het.
Het moment waarop een aangenaam gesprek op genante wijze aan gruzelementen geslagen wordt door een totaal misplaatste opmerking die waarschijnlijk bedoeld was als grap:

"Ja, maar jij kan blijkbaar sowieso niet tegen steken..."
"Uhm...wat? Hoe bedoelt u?"
"Nou, je bent toch al vaker gestoken?"
"...?"
"Ja, je hebt je toch ook al eens zwanger laten maken door je man, dus...?"
"......"

Met stomheid geslagen mompelde ik nog dat ik dan ook blij was geen man meer te hebben...bedankten wij hem en dropen de markt af.

Een beetje beduusd vroeg ik mij hardop af of we dat nou goed gehoord hadden.
Ja, dat hadden we goed gehoord.
Dat zei hij echt, die imker.
Die schunnige imker.
Wat een teleurstelling.

Volgende week zou hij lavendelhoning bij zich hebben.
Maar ik geloof niet dat ik die nog wil gaan halen.
Jammer hoor, imker.
Heel jammer.


maandag 28 februari 2011

Groen

Zo bizar hoe waar het is.
Dat het gras altijd groener lijkt aan de overkant / bij de buren / of hoe ze dat ook noemen.
Ik zag dat gras ook eens.
In de verte, zó groen...
Zoveel mooier dan bij mij!
Daar wilde ik naartoe.

Wat heb ik de boel op zijn kop gezet om maar daar te kunnen geraken waar alles er beter, mooier, groener, perfecter uitzag dan hier.
En nu, nu alles anders is gelopen dan gepland en gehoopt.
Nu er niets anders op zit dan te blijven, op mijn eigen gras.
Nu zie ik pas dat het aan de vleug lag.
In dat gras zit een vleug.
Dat gras is aan die kant net zo mooi en net zo lelijk als hier.
Het is de groeirichting die je de illusie geeft dat het groen daar voller, rijker van kleur is.

Wat ben ik blij dat ik dat nu zie.
En wat waardeer ik ineens zo enorm veel meer wat ik hier allemaal om me heen heb.
Wat is mijn gras groen!
Zo veel groener dan ik dacht.

Het mooiste gras dat er is voor mij.
En ik loop er gewoon al de hele tijd overheen...




Alleenzaam

Nooit van mijn leven heb ik geleerd om alleen te zijn.
Het heeft ook nooit gehoeven, er was altijd wel iemand.
Een moeder, een vriendin, een man, een man, een man.
Ik zorgde er wel voor dat ik niet alleen hoefde te zijn.

Er kwam een man in mijn leven die precies het tegenovergestelde was.
Hij was altijd gewend geweest om alleen te zijn.
Ging met gemak en plezier in zijn eentje in een restaurant eten of ergens koffie drinken.
En wat bewonderde ik dat.
Dat was iets wat ik niet durfde.
We waren een tijd samen en toen ging hij weer alleen verder.
En kwam ik tot het besluit dat het eens tijd werd.
Tijd om te leren alleen te zijn.
En dat dat goed is.
Dat ik alleen kan en wil zijn en gelukkig kan zijn met mijn alleenzaamheid.

En nu zit ik hier, in mijn favoriete eetcafeetje.
Te schrijven, terwijl ik op mijn maaltijd wacht.
Alleen.
(Of nee, mijn krentenbol ligt naast me, dus niet geheel alleen.
Maar toch.
Behoorlijk alleen.
Alleen voor beginners.)
Voorheen had ik mij onzeker gevoeld, ongemakkelijk, bekeken.
Nu geniet ik.
Zit ik hier aan mijn tafeltje met mijn hond en mijn pen en geniet ik.
Want ik ben alleen.
And I'm loving it...

Ik begin het al een beetje te leren, geloof ik.