woensdag 10 november 2010

Lichtpuntje

In de lift naar beneden
Op weg van werkplek naar uitgang
Word ik aangesproken door een van de studenten

"Hi Sophie, how are you doing?"
"Uhm...quite shitty, actually..."
"You look sad."
"Do I? Yeah well...it's a long story..."

Hij kijkt me aan

"Is everybody still alive?"
"Yeah, everyone's still alive..."
"Is everybody healthy?"
"Yyyes...everybody's healthy..."
"Well...OK. And all the rest can be fixed."
"Uh. Yeah, I guess it can..."

Als ik de lift uitloop
De regen in
Naar huis
Naar zorgen
Dan realiseer ik me
Dat hij zich niet realiseert
Wat zijn woorden met me gedaan hebben

Heel even
Een beetje sterker

Dankjewel

maandag 8 november 2010

Treinen door de wereld

Als ik twee koeien in de wei zie die zo gepositioneerd zijn dat het lijkt alsof het één koeienlichaam is, met aan beide uiteinden een kop...

Als de zon doorbreekt en ik zie 8 witte zwanen, scharrelend door het fel afstekend groene gras...

Als een veertiger met overduidelijk een haarstukje op zijn hoofd, slapend in de trein, bij mij de drang opwekt om met mijn hand over zijn wang te strelen en hem te zeggen: "Uw hoofd meneer, het is OK hoor...scheer het allemaal gewoon af, het zou u zo goed doen..."...

Als op een van de perrons een jongen mij passeert, niet ouder dan 16, geheel in het zwart met roesjesblouse, lange jas, hoge hoed en sierlijke paraplu, alsof hij zo van de set van Oliver Twist geplukt is. Alleen zijn Kipling-rugzak verraadt hem...

Als de wolken voortdurend kastelen voor me bouwen en weer afbreken, alsof ze zich geroepen voelen om mij te vermaken...

Als een vrouw in haar nieuwe, fuchsia-roze winterjas haar vriendinnen ontmoet op het perron en de dames haar lachend begroeten op een manier waardoor ik op 8 meter afstand aanvoel dat ze verrast zijn door die "gewaagde" kleur, hun ongemak nauwelijks kunnen onderdrukken...Een grote kliek in zwart en donkerblauw geklede dames, klaar voor een dagje winkelen in Antwerpen. Met een fuchsia-roze buitenstaander in het midden...

Als ik wederom constateer dat mijn dagen er anders uit zullen zien dan ik me had voorgesteld...

Als ik een dame zie lopen in een onbegrijpelijk lelijke panty...

Als een prachtig Afrikaans jongetje met een betraand gezicht de coupé binnenkomt, zijn moeder kordaat zijn neus poetst, een ferme aai over zijn bol geeft, in het Engels "sorry" zegt en ik meen op te vangen dat hij het "tegen niemand mag zeggen" en nogmaals "sorry", waarop hij beduusd knikt, mijn hart een beetje breekt en hij langzaamaan weer uit de kreuk komt...

Als mijn emoties gedurende de reis maar blijven omslaan, zoals het landschap dat aan me voorbij schiet zich afwisselt, zo wellen mijn tranen op en sijpelen weer terug naar binnen, om plaats te maken voor een glimlach, die zich weer weg laat jagen door verdriet en weer terug laat lokken door de zon, de wolken, de muziek, de slapende student tegenover me die mij ineens zó vertedert...

Dan denk ik...

Wat een wereld.

Wat.
Een.
Wereld.


dinsdag 19 oktober 2010

Pechstrook

Sinds vorige week ben ik gaan hardlopen.
Omdat ik het nodig heb om me beter te voelen dan ik me voel.
Het maakt je hoofd leeg.
En het werkt, ik voel me een stuk gelukkiger sinds ik loop.

Er is in mijn buurt niet veel natuur om doorheen te lopen.
Het enige stukje groen in de nabije omgeving is een park dat langs het spoor loopt.
Met wat struiken, een hondenuitlaatveldje en een speeltuin.
En daardoorheen loopt een pad.

Nu heb ik gemerkt dat dit pad vooral bevolkt wordt door een bepaald soort mensen.
Ik passeer vuile trainingspakken.
Afgeknauwde nagels aan smerige vingers.
Zware shag.
Verwaarloosde hondenvrienden.
Ongekamde kapsels.
Lichaamsgeuren die doordrenkt zijn van de alcohol.
Bloeddoorlopen wangen.
Bedorven tanden.
Gestolen fiets aan de hand.
Of onderuitgezakt op een parkbankje.
En allemaal hebben ze die blik in de ogen.
Die blik die je hebt als je hebt opgegeven.

En ik ren ze voorbij.
Terwijl ik ze passeer denk ik:
Dit is hem... de pechstrook.
Ik ren over De Pechstrook van het Leven.

Ineens voel ik me misplaatst.
Hier hoor ik dus niet te zijn.
Gelukkig maar.
Of.
Renden ze maar met mij mee...
Dan zongen we samen dat lied.
En voelden we ons allemáál wat beter.


donderdag 14 oktober 2010

Grapgat

Uit de oude doos, geschreven op  11 juni 2009:

Met z'n drietjes aan tafel.


De dochters tegenover elkaar en mama aan het hoofdeinde.
En zoals bijna elke avond hebben de dames het drukker met elkaar dan met het eten.
Hele verhalen gaan er over de tafel.
En raadsels.
En vragen over je keelgat.
En een glas water.
En grappen.


Maar mama is een beetje moe.
Mama heeft net gekookt.
Mama wil graag dat haar dochters iets eten.
Mama heeft geen zin in grappen.
Mama heeft even geen gevoel voor humor.


En de jongste heeft dat door.
Dus als ze weer een grap op tafel gooit, en mama zegt "zucht", zegt ze:
"Mama, waar zit je grapgat?"

Je grapgat...


"Mama's grapgat zit dicht."
"Wanneer gaat die weer open?"
"Als jij genoeg gegeten hebt, dan gaatie wel weer open."


Gelukkig heeft Mama bij het naar bed brengen haar gevoel voor humor wel weer terug gevonden.
Want wat is er nou aandoenlijker dan je eigen kleuter die je in haar nachtjaponnetje om je nek vliegt, je drie kussen op de wangen geeft ("net als de grote mensen") en vraagt:


"Is je grapgat nu weer open?"
"Ja hoor, hahah. Die is weer open."


Waar dat grapgat nou zit...daar zijn we nog niet achter. Hier misschien?