woensdag 15 juni 2011

Verjaardag

Vandaag precies een jaar lang
Schrijf ik van me af
Alles van me af

Hiep hiep hoera
Voor mezelf























donderdag 9 juni 2011

Bevlogen

Mijn dochters proberen te vliegen.
In de kleedkamer van het zwembad, klimmen ze op de stenen bankjes.
Armen gespreid laten ze zich vallen.
Fladderend komen ze op de tegels terecht.
Nog een keer.
En nog eens.

Waarom kunnen vogels wel vliegen, mama, en mensen niet?
Ik leg ze uit dat wij heel anders in elkaar zitten.
Dat vogels een lijf hebben dat gemaakt is om te vliegen.
En dat ze vleugels hebben natuurlijk.
Maar wij kunnen toch ook gewoon vleugels aan onze armen maken?
Tja, er zijn er genoeg die dat geprobeerd hebben, maar het is nooit iemand gelukt...
Toch nog eens proberen.

Fladder de fladderfladder*PLOF*

Ik zie die blik in hun ogen.
Die als-je-maar-lang-genoeg-blijft-proberen-dan-lukt-het-wel-blik.
Die je-maakt-mij-niet-wijs-dat-dit-onmogelijk-is-blik.
Die blik waarin je geloof en overtuiging kan lezen.

En ik kan alleen maar hopen dat die blijft.
Zo lang mogelijk.
Omdat het belangrijk is om vertrouwen te houden.
En te blijven geloven.
Ook na de teleurstellingen, hoeveel het er ook zijn.

Ik kan nog zoveel van ze leren.



Foto: Illustratie uit "Iep" van Joke van Leeuwen

dinsdag 7 juni 2011

Als

Als het even kon
Als het zou mogen
Dan zou ik alles terugdraaien
Naar hoe het was
Naar hoe we het hadden

Met als enig verschil
Niet meer te verlangen naar meer
Als dat zou kunnen
Als wij dat zouden kunnen

Wat zouden wij dan gelukkig zijn
Samen

maandag 6 juni 2011

Feestgespuis

Jammer dat ik ze niet kan verstaan.
Als het ineens zo hard begint te regenen dat mijn hond, mijn fiets en ik hals over kop naar een schuilplaats moeten zoeken.

Een soort tunneltje.
Zo'n poort of gangetje dat door een woningblok loopt.
Ongeveer 6 meter droogte in de wolkbreuk.
De ene kant komt uit in een woonwijk.
De andere kant kijkt uit op een park dat aan het spoor ligt.
Dat park wordt het hele jaar door grotendeels bevolkt door clochards van allerlei nationaliteiten.
Het schuim van de straat dat daar hangend, drinkend en mensen-afschrikkend, hun lege dagen vult.

Ook zij worden nat van de regen, zoeken een plek om droog te blijven.
Dus het schuim begint zich te verzamelen in het tunneltje waar ik geduldig sta te wachten op droog.
Drie Oost-Europese kerels in trainingspakken.
Een op een fiets, laat de inhoud van zijn neus nog snel even op straat schieten voor hij binnen komt rijden.
Twee Somaliƫrs die ieder aan een kant van de tunnel op een stoepje gaan staan.
Een van hen draagt een geruite kniebroek over zijn spijkerbroek.

Ze spreken allemaal in hun eigen moedertaal.
Aan de manier van praten hoor ik dat er anekdotes over en weer gaan.
Een blik bier wordt opengetrokken.
Ze lachen.
De afrikanen zingen zelfs even, het klinkt als een nostalgisch volksliedje uit hun vaderland.
Best gezellig wordt het hier zo.

Ik staar naar de regen, die al wat rustiger wordt.
Tijd om verder te fietsen en deze thuislozenborrel te verlaten.
De gezellige bende.
Ik fiets naar het dak boven mijn hoofd.
Naar mijn lege huis.