Ze staan in een kleine kring, met zijn vijven.
Donkere, golvende haren tot over de schouders.
Lange, zwarte jassen met metalen versierseltjes eraan.
Zware schoenen en onvolgroeide sikjes.
Ik schat ze rond de 20 jaar.
Terwijl ik sta te pinnen hoor ik ze praten.
Over waar ze wonen en hoe weinig ze betalen.
Het lijkt erop dat het een soort wedstrijdje is.
De één heeft het steeds net iets beter voor elkaar dan de ander.
Eén van de jongens neemt het hoogste woord.
Hij woont namelijk nog thuis.
Hij betaalt dus niets, want zijn ouders vragen geen bijdrage.
Ze doen zijn was en boodschappen, er wordt voor hem gekookt.
Zo schept hij op en op, want hij is natuurlijk het voordeligst uit van iedereen.
Totdat één van zijn vrienden opmerkt dat dat toch ook wel zijn nadelen heeft.
Want wat als je straks op jezelf gaat wonen?
"Dan ben je helemaal niks gewend om zelf te doen.
Ben je nergens op voorbereid..."
De jongen valt stil.
Daar heeft hij even geen antwoord op.
Terwijl ik mijn zelfverdiende centjes inpak glimlach ik.
Geniet er nog maar even van, jongen.
Want de gemakkelijkste tijd van je leven is bijna voorbij.
Helaas beseffen we dat meestal pas achteraf.
donderdag 28 februari 2013
woensdag 27 februari 2013
Contrast
Als ik deze ochtend kom aanrijden in mijn straat, staat er een grote bestelbus voor de deur.
Hij is van de thuiszorg en ik kan er nog net voorlangs om in te parkeren.
De bestuurder staat grijnzend naast zijn wagen toe te kijken.
Dat komt omdat ik zo'n leuke auto heb.
Tenminste, dat blijkt telkens.
Mijn oude Renaultje 4 brengt bij veel mensen nogal wat nostalgische gevoelens boven.
Overal waar ik kom grijnzen mensen naar me zoals hij dat nu doet.
En krijg ik leuke opmerkingen en verhalen over "mijn eerste auto, was er ook zo één!" of "mijn vader had die ook!"
Zo wederom deze ochtend.
Ik vind het altijd wel gezellig.
Mijn koekblik bezorgt mensen een vrolijk moment en dat voelt goed.
Hij gluurt naar binnen en lacht naar de schakelpook.
Die zit midden voor in het dashboard.
Prachtig vindt hij het, hij maakt een "ouderwetse schakelbeweging" naar me en ik lach terug.
Zijn collega heeft ondertussen bij mijn bejaarde buurvrouw aangebeld.
Ze komen het bed brengen voor haar man.
Voor in de woonkamer, want lopen gaat niet meer.
Als ik haar vraag hoe het gaat schudt ze haar hoofd.
De woorden "uitzaaiingen in de rugwervel" doen mij uit ervaring beseffen dat mijn vriendelijke buurman in zijn slechtste stadium beland is.
Het zal niet lang meer duren en zij weet het ook.
Daar staan we, allebei met tranen in de ogen, tegenover elkaar.
Haar levensgezel gaat binnenkort dood.
Na 55 jaar samen gaat ze straks achterblijven zonder hem.
Het breekt mijn hart als ik haar zo ontredderd zie staan.
Achter ons langs worden bed-onderdelen naar binnen gesjouwd en in elkaar gezet.
Door twee aardige kerels, die mijn auto leuk vinden en straks aan de koffie gaan.
En dan naar het volgende adres.
Zou de grijnzende thuiszorger zich weleens afvragen hoeveel sterfbedden hij al afgeleverd heeft?
Daar moet hij maar niet te vaak bij stilstaan.
Hij is van de thuiszorg en ik kan er nog net voorlangs om in te parkeren.
De bestuurder staat grijnzend naast zijn wagen toe te kijken.
Dat komt omdat ik zo'n leuke auto heb.
Tenminste, dat blijkt telkens.
Mijn oude Renaultje 4 brengt bij veel mensen nogal wat nostalgische gevoelens boven.
Overal waar ik kom grijnzen mensen naar me zoals hij dat nu doet.
En krijg ik leuke opmerkingen en verhalen over "mijn eerste auto, was er ook zo één!" of "mijn vader had die ook!"
Zo wederom deze ochtend.
Ik vind het altijd wel gezellig.
Mijn koekblik bezorgt mensen een vrolijk moment en dat voelt goed.
Hij gluurt naar binnen en lacht naar de schakelpook.
Die zit midden voor in het dashboard.
Prachtig vindt hij het, hij maakt een "ouderwetse schakelbeweging" naar me en ik lach terug.
Zijn collega heeft ondertussen bij mijn bejaarde buurvrouw aangebeld.
Ze komen het bed brengen voor haar man.
Voor in de woonkamer, want lopen gaat niet meer.
Als ik haar vraag hoe het gaat schudt ze haar hoofd.
De woorden "uitzaaiingen in de rugwervel" doen mij uit ervaring beseffen dat mijn vriendelijke buurman in zijn slechtste stadium beland is.
Het zal niet lang meer duren en zij weet het ook.
Daar staan we, allebei met tranen in de ogen, tegenover elkaar.
Haar levensgezel gaat binnenkort dood.
Na 55 jaar samen gaat ze straks achterblijven zonder hem.
Het breekt mijn hart als ik haar zo ontredderd zie staan.
Achter ons langs worden bed-onderdelen naar binnen gesjouwd en in elkaar gezet.
Door twee aardige kerels, die mijn auto leuk vinden en straks aan de koffie gaan.
En dan naar het volgende adres.
Zou de grijnzende thuiszorger zich weleens afvragen hoeveel sterfbedden hij al afgeleverd heeft?
Daar moet hij maar niet te vaak bij stilstaan.
Labels:
alledaags,
grijze wolken,
witte wolken,
zwarte wolken
maandag 4 februari 2013
De man die snot schoot
Erg.
Met een mand vol boodschappen fiets ik over de Kruisstraat, op weg naar huis.
Een oude man rijdt in tegengestelde richting en is een paar meter van mij verwijderd,
wanneer hij even naar rechts buigt met zijn bovenlijf.
Zijn vinger op zijn linker neusgat zet.
En de inhoud van zijn rechter met een flinke snuif naar buiten schiet.
Met zijn bejaarde blik op nul fietst hij rustig verder.
Zich totaal niet bewust van zijn onpasselijk makende aktie.
Erger.
Een paar maanden geleden.
Ik sta stil voor een stoplicht, met één dochter achterop en één op haar fiets naast me.
Vlak schuin achter ons zie ik vanuit mijn ooghoek, hoor ik vanuit mijn oorhoek, een snuitgeluid.
Snotschieterij, in de wachtrij voor het stoplicht.
Met ons op een halve meter afstand.
Ik kijk om en constateer tot mijn stomme verbazing dat het hier een vrouw betreft.
Een oude weliswaar, wil misschien toch iets zeggen.
Ergst.
Een jaar of tien geleden.
Ik ben zwanger van mijn eerste dochter.
In een vroeg stadium en enorm gevoelig voor van alles en nog wat.
Sterke geuren en smaken kunnen mij op slag misselijk maken.
Maar als ik op een middag door de stad wandel en een kerel zich recht voor mij even ontdoet van zijn neusinhoud, midden op straat, merk ik dat ook dat op mijn maag werkt.
Ik zie die lange, groene fluim uit zijn gezicht schieten.
Vlak voor mij kletst het neer op de tegels.
Hij wandelt verder, laat zijn lichaamsslijm met een gerust hart bij mij achter.
Terwijl ik daar sta te kokhalzen, midden op straat.
Die laatste man was overigens niet oud, maar ik denk toch dat bovenstaande drie personen iets gemeen hebben.
Het is niet persé een mannending, blijkbaar zijn er ook vrouwen die dit doen.
Maar ik denk dat ze alledrie alleen wonen.
En niet zomaar alleen, maar al behoorlijk lang alleen.
Als je lang alleen woont ontwikkel je soms gewoontes die je beter voor jezelf kan houden.
Die ontstaan omdat er nooit iemand in huis is die jou op je onsmakelijke gedrag aanspreekt.
Dan moet je uitkijken dat zo'n gewoonte er niet af en toe per ongeluk "en plein public" uitkomt.
Letterlijk, in dit geval.
Ik heb gelukkig mijn kinderen.
Wij wijzen elkaar op nare gewoontes.
Maar wat nou als ze straks het huis uit zijn?
En ik er alleen voor sta?
Laat mij dan geen snotspuitster worden, in hemelsnaam.
Zo iemand die totaal geen notie meer heeft van hoe ze overkomt op anderen.
Helemaal in haar eigen wereld leeft en zich in haar medemens niet meer interesseert.
Ik schrijf het nu vast op.
Ik word geen snotspuitster.
Ik trek mij iets aan van anderen.
Voor altijd.
Snif.
Met een mand vol boodschappen fiets ik over de Kruisstraat, op weg naar huis.
Een oude man rijdt in tegengestelde richting en is een paar meter van mij verwijderd,
wanneer hij even naar rechts buigt met zijn bovenlijf.
Zijn vinger op zijn linker neusgat zet.
En de inhoud van zijn rechter met een flinke snuif naar buiten schiet.
Met zijn bejaarde blik op nul fietst hij rustig verder.
Zich totaal niet bewust van zijn onpasselijk makende aktie.
Erger.
Een paar maanden geleden.
Ik sta stil voor een stoplicht, met één dochter achterop en één op haar fiets naast me.
Vlak schuin achter ons zie ik vanuit mijn ooghoek, hoor ik vanuit mijn oorhoek, een snuitgeluid.
Snotschieterij, in de wachtrij voor het stoplicht.
Met ons op een halve meter afstand.
Ik kijk om en constateer tot mijn stomme verbazing dat het hier een vrouw betreft.
Een oude weliswaar, wil misschien toch iets zeggen.
Ergst.
Een jaar of tien geleden.
Ik ben zwanger van mijn eerste dochter.
In een vroeg stadium en enorm gevoelig voor van alles en nog wat.
Sterke geuren en smaken kunnen mij op slag misselijk maken.
Maar als ik op een middag door de stad wandel en een kerel zich recht voor mij even ontdoet van zijn neusinhoud, midden op straat, merk ik dat ook dat op mijn maag werkt.
Ik zie die lange, groene fluim uit zijn gezicht schieten.
Vlak voor mij kletst het neer op de tegels.
Hij wandelt verder, laat zijn lichaamsslijm met een gerust hart bij mij achter.
Terwijl ik daar sta te kokhalzen, midden op straat.
Die laatste man was overigens niet oud, maar ik denk toch dat bovenstaande drie personen iets gemeen hebben.
Het is niet persé een mannending, blijkbaar zijn er ook vrouwen die dit doen.
Maar ik denk dat ze alledrie alleen wonen.
En niet zomaar alleen, maar al behoorlijk lang alleen.
Als je lang alleen woont ontwikkel je soms gewoontes die je beter voor jezelf kan houden.
Die ontstaan omdat er nooit iemand in huis is die jou op je onsmakelijke gedrag aanspreekt.
Dan moet je uitkijken dat zo'n gewoonte er niet af en toe per ongeluk "en plein public" uitkomt.
Letterlijk, in dit geval.
Ik heb gelukkig mijn kinderen.
Wij wijzen elkaar op nare gewoontes.
Maar wat nou als ze straks het huis uit zijn?
En ik er alleen voor sta?
Laat mij dan geen snotspuitster worden, in hemelsnaam.
Zo iemand die totaal geen notie meer heeft van hoe ze overkomt op anderen.
Helemaal in haar eigen wereld leeft en zich in haar medemens niet meer interesseert.
Ik schrijf het nu vast op.
Ik word geen snotspuitster.
Ik trek mij iets aan van anderen.
Voor altijd.
Snif.
Labels:
alledaags,
grijze wolken,
witte wolken
woensdag 30 januari 2013
La dolce vita
Het is een zwaar bewolkte namiddag in Rome.
Regen klettert eindeloos op de eeuwenoude straatstenen.
De jonge vrouw heeft zich warm aangekleed.
Ze draagt een paraplu.
Met stevige passen loopt ze door een smalle winkelstraat, die uitkomt aan de Campo de' Fiori, waar de bloemenmarkt net ten einde loopt.
De kasseien vormen kuilen en hobbels door al die miljoenen stappen die er al op gezet zijn.
Haar schoenen zijn niet waterdicht, ze baant zich een weg en probeert de vele plassen te omzeilen.
Hij staat in de deuropening van zijn winkel, wanneer zij hem passeert.
Zijn oog valt op haar, zij kijkt dromerig voor zich uit en merkt niet op hoe ze hem fascineert.
Hij wil met haar praten, besluit haar te volgen.
Dus steekt hij zijn paraplu op en loopt met haar mee.
Ze heeft hem nog altijd niet opgemerkt, hij houdt wat afstand.
Wachtend op het juiste moment om haar aan te spreken.
Als ze het marktplein bijna voorbij is waagt hij het erop.
In dromen verzonken wandelt ze door de regen als ze plotseling zijn stem hoort.
Wanneer ze opkijkt loopt hij naast haar, verschijnt zijn gezicht vanonder zijn paraplu.
Een lange, slanke jongeman kijkt haar vriendelijk aan.
Zijn ogen hebben dezelfde zeegroene kleur als de hare.
Ze staan stil, tegenover elkaar.
Voorzichtig vraagt hij waar ze vandaan komt, waarheen ze gaat.
Ze is gecharmeerd van zijn moed, om haar zomaar te benaderen.
Het verbaast haar niet dat hij haar mee vraagt voor een drankje.
Thee, het klinkt zo schattig en onschuldig.
Het is maar koud en nat en ze heeft de tijd, dus waarom eigenlijk niet?
Dus stemt ze in en wandelen ze samen verder.
De ruimte is warm ingericht, met zachte banken en sfeervol licht.
Het lijkt een soort oud klooster, verbouwd tot bar.
Ze praten, stellen elkaar vragen, leren elkaar kennen.
Hij is Joods en gelooft in de hemel.
Zij gelooft in haar goedheid en vindt dat voldoende.
Ze zegt dat hij dus niet met haar mag trouwen.
Hij lacht en schudt zijn hoofd.
Ze drinken thee.
Ze vinden elkaar leuk.
Soms valt het gesprek even stil en vangen hun blikken elkaar.
Soms raakt hij haar zachtjes aan, of veegt hij een lok uit haar gezicht.
Soms kussen ze elkaar, hij had gevraagd of het mocht.
Ze vond dat het mocht.
Het is twee uur later als ze afscheid nemen.
Hij moet terug naar zijn winkel, zij heeft een afspraak met vrienden in een bar.
Buiten is het inmiddels donker, de regen stroomt nog altijd door.
Rome lijkt natter dan ooit, maar het geeft ze niet.
Een stukje lopen ze met elkaar op.
Wijst hij haar de kortste weg.
Na een laatste kus zeggen ze gedag.
Ze kijkt nog één keer om.
Hij ook, ze lachen en zwaaien naar elkaar.
Dan loopt ze door, op weg naar de bar.
Waar vrienden haar verwachten.
Waar haar leven, dat zojuist twee uren stil heeft gestaan, gewoon weer in gang wordt gezet.
Alles is nog precies zoals het was.
Alleen in haar hoofd is het even anders.
Verwonderd over de onverwachtheid van sommige belevenissen.
En de magie die kan ontstaan als je je mee durft te laten voeren door het onbekende.
Waardoor ze zich soms voelt als in een film, een boek, heel even.
Ze besluit dat ze van haar leven houdt.
En stapt in een diepe plas.
Labels:
alledaags,
liefde,
reizen,
witte wolken
Abonneren op:
Posts (Atom)



