zondag 10 november 2013

Natte droom

Juli 2013, het is zomer in San Sebastian.
De avond is warm en er zijn veel mensen op straat.
Er wordt gegeten en gedronken, pinxo's, wijn en muziek zijn overal.
Met een ijsje in de hand slenteren we over de boulevard langs het strand, mijn lief en ik.
De zee is zwart en in de verte loert donkere bewolking.
Achter de heuveltoppen ligt het te wachten om ons te bekruipen.

Een straatmuzikant met een gitaar speelt Golden Oldies uit de jeugd van mijn ouders.
Hij doet het niet slecht en heeft dan ook constant wel iemand die blijft staan om te luisteren.
We zijn op de schommels in de speeltuin gaan zitten en zwiepen heen en weer.
Even voelen we ons weer een beetje kind.
De muzikant speelt "Proud Mary" van Ike en Tina Turner.
Luidkeels zing ik mee terwijl ik door de zwoele spaanse lucht zwier en steeds bijna mijn schoenen verlies.
Gelukkig voel ik me.
Wij allebei, geloof ik.

De wolken zijn tevoorschijn gekomen en hebben een onheilspellende bries met zich meegebracht.
Onderweg terug naar ons hotel bekruipt ons het gevoel dat we ingehaald dreigen te worden.
Het naderende onweer sluipt grommend achter ons aan, maar besluit ons toch te sparen.
Op enkele druppels na, van die dikke, zware, slagen we erin om droog aan te komen bij onze slaapplaats.

Maar zodra we goed en wel op onze kamer zijn, barst het los.
Een regelrechte wolkbreuk, van een overweldigend formaat.
Hoe tienduizenden liters ineens naar beneden komen kletteren zoals je dat maar zelden meemaakt.
Het is het type regenbui waarbij ik al jaren verlang om er eens een keer poedelnaakt in te gaan staan.
Dat heb ik nou altijd al eens willen doen en dit is het moment.

Dus trek ik uit wat ik nog aan had, mijn lief volgt mijn voorbeeld.
We stappen op het balkon, dat uitkijkt over een winkelstraat middenin het centrum.
Daar staan we dan en komt ineens, zo onverwacht, een lang gekoesterde wens van mij in vervulling.
Twee naakte geliefden op een spaans balkon, met de armen gespreid en gezichten naar de hemel gericht.
Het is alsof er emmers en emmers tegelijk over ons heen gesmeten worden.
Water, water, mijn make-up en water stroomt over onze piemelblote lichamen.

Op een kletsnatte zomeravond in het hartje van San Sebastian, weet ik dat dit één van die unieke, ultiem zalige momenten is die ik nooit zal vergeten.
De twee vrouwen die op het balkon naast ons onder een afdakje blijken te zitten en geamuseerd opkijken van hun sigaretjes, realiseren zich dit volgens mij ook...







maandag 28 oktober 2013

Kruimeldief pur sang

Een jaar geleden.
Of nee, langer.
Mijn auto heeft een paar dagen voor het huis van mijn ouders gestaan.
In een keurige wijk, in een rustige straat.
Zo'n straat waar nooit iets gebeurt.

Na drie nachtjes logeren kom ik hem ophalen.
Mijn oude Renaultje 4, slechts 7 jaar jonger dan ik.
Er zit niets meer op of aan dan je daadwerkelijk nodig hebt tijdens het rijden.
Een richtingaanwijzerhendeltje met claxon aan de linkerkant.
Een ruitenwisserhendeltje aan de rechterkant.
Een knopje voor de alarmknipperlichten.
Een knopje voor de achterruitverwarming (die het natuurlijk niet doet).
Een schakelpook in het dashboard.
Een knopje voor warme en koude lucht.
Een choke.
Een radio.
Dat is het zo ongeveer.

(Hé, het portier zit niet helemaal dicht...)

Neuriënd ga ik achter het stuur zitten en bekijk het interieur.
Ik mis iets.
Maar wat...?
Dan valt de ongebruikelijke leegte in het midden onder het dashboard mij op.
Er hangen slechts nog wat draadjes...

Mijn neurie valt stil wanneer tot mij doordringt wat hier gebeurd is.
Iemand is mijn bejaarde Renaultje binnengedrongen.
Meer dan een theelepel zal hij niet nodig gehad hebben.
Deze persoon heeft vervolgens op zijn dooie gemak en met grote zorgvuldigheid een krakerige radio/cd-speler van het B-merk "Marquant" los zitten sleutelen.
Hij heeft het risico genomen om betrapt te worden, maar is nu een autoradio rijker die reeds ten dode was opgeschreven.
Die raak je aan de straatstenen niet kwijt.
Ik kan niet anders dan proesten.
Schaterend zit ik achter het stuurtje van mijn rode vriend.
Mijn Renaultje schudt ervan.

Waarschijnlijk is het dezelfde halve zool die ooit hier in de Achtse Barrier mijn fiets jatte.
Een ouwe oma-fiets met een zadel dat zó los zat, dat ik er niet eens op kon zitten.
Ik verplaatste me staand fietsend, omdat ik te belazerd was om hem vast te draaien.
Puberaal als ik was zette ik hem ook niet op slot toen ik een paar minuten bij de drogist naar binnen ging.
En weg was hij.
Lachen moest ik, toen ik zag dat hij gestolen was.
Net zo hard als nu ongeveer.
Omdat ik voor me zag hoe de dief ervandoor zal zijn gegaan op dat brik van mij.
Nietsvermoedend op dat zadel moet zijn gaan zitten, er half afglijdend, bijna op zijn gezicht gaand.
Maar niet heeft kunnen stoppen, omdat hij natuurlijk wel een fiets aan het jatten was en hier dus als de wieswiedeweerga weg moest zien te komen.
Zo zie ik nu mijn autoradiodief voor me, hoe hij tevergeefs met dat ding van heler naar pandjeshuis zal lopen te zeulen.

We schudden nog even door.
Er valt bij mij werkelijk niets te halen.
Des te grappiger is het wanneer ze dat dan toch proberen.
Ik zie wel dat mijn Snickers er nog ligt.
Die heeft hij dan weer niet gevonden, de sukkelaar.
Dat wordt echt niks met die jongen.




 











woensdag 19 juni 2013

Festivalschrijfstress

Afgelopen zaterdag vond het Naked Song Festival plaats in het Muziekgebouw in Eindhoven.
Een middag, avond en laat-in-de-avond gevuld met Singer/Songwriters.
Klein, groter en groot genoeg om eigenlijk niet meer in het hokje Singer/Songwriter te passen.

En ik deed mee aan het "Live verslag", voor 3voor12/Eindhoven.
Wat inhoudt dat je (in mijn geval drie keer) een concert gaat bekijken, vervolgens direct achter je laptop kruipt en zorgt dat je binnen anderhalf tot twee uur een vlot leesbare recensie paraat hebt die vrijwel meteen online gaat.
En dat in een openbare ruimte, ongeveer twintig meter van één van de podia verwijderd.
Omringd door festivalbezoekers.
Aan een tafel met mede-schrijvers, fotografen en redacteurs die uiteraard met elkaar praten en lachen.

Normaal gesproken schrijf ik thuis.
Als ik helemaal alleen ben, gordijnen gesloten.
Ik verdraag geen mensen om me heen, geen gepraat.
Geen muziek, dat neemt teveel ruimte in, in mijn hoofd.
Alles moet leeg en stil zijn, zodat ik alleen maar mijn woorden heb en niets meer dan dat.
Voor een muziekrecensie bereid ik me voor.
Ik lees en luister me in, schrijf vast wat kenmerken op.
Tijdens het concert maak ik aantekeningen, omdat er vaak al vanalles tevoorschijn komt borrelen.
Dingen die ik wil noemen en niet wil vergeten.
Daarna ga ik slapen, sta ik op tijd op en ga ik aan de slag.
Soms moet ik opstaan en iets anders gaan doen, heel even.
Soms loop ik vast en moet ik een uurtje afstand nemen van de tekst.
Uiteindelijk, na het nodige gepuzzel en geworstel, begint mijn stuk echt vorm te krijgen.
En na een laatste half uurtje frummelen aan details ben ik dan zover om hem te verzenden.
Om afstand te doen van mijn laatstgeborene.
(Overigens geldt dit niet voor mijn overige blogverhalerijen.
Die leven meestal al bijna compleet in mijn hoofd.
En hoeven zich alleen nog maar een weg naar buiten te banen.
Via mijn vingers vloeien ze de wereld in.)

Dit wetende is het wellicht enigzins voor te stellen hoe "uitdagend" het voor me was om verslag te doen voor Naked Song.
Ik heb het schrijven zelf ervaren als een worsteling, een ware kwelling.
Tot de laatste letter wilde ik weg, rennen, vluchten.
Tot het moment dat ik het verzond en dan was ik blij en opgelucht.
Want wat was het interessant om te doen, zo totaal tegen mijn gewoontes in te werk te gaan.
Door moeten gaan, want het moet af.

De ultieme uitdaging voor een ras-uitsteller zoals ik.

Het waren drie keiharde keutels, maar ze zijn er uit.
Wil je ze lezen?
Mag wel hoor, ben er best heel tevreden over.

Lees hier over Ken Stringfellow & Guests
Lees hier over Ad van Meurs
Lees hier over Xavier Rudd

Volgend jaar weer...!






dinsdag 14 mei 2013

Maar ondertussen

Aan de vrouwen in de zaal.
De veertig plus-"dames" met hun echtgenoten.
Die boos worden wanneer je te dicht bij ze komt staan.
Die samen gaan scholen om je schaamteloos uit te kafferen en weg te sturen.
Die hun plekje voor het podium als hun territorium, hun bezit zien.
Omdat ze er eerder stonden dan jij.
Aan de vrouwen die hard in je arm knijpen omdat je een vreemde indringer in hun groep bent.
Aan de vrouwen die van binnen zo lelijk zijn geworden.
Aan de vrouwen van het zure, vervelende soort.

Is het omdat jullie geen concerten gewend zijn?
Omdat jullie denken hier net zoveel zicht te kunnen hebben op het podium als voor de TV, vanaf de bank?
Hoe zijn jullie zo gefrustreerd geraakt, wat is de achterliggende reden?
Is het omdat jullie normaal gesproken de deur niet meer uitkomen?
Omdat jullie "Goede Tijden" anders missen?
Omdat jullie echtgenoten liever naar Studio Sport kijken dan naar jullie?
Omdat jullie nooit meer eens goed alle hoeken van de slaapkamer te zien krijgen?

Zijn jullie daarom zo geworden zoals jullie zijn?

Jullie herinneren mij eraan waarom ik zelden grote concerten bezoek.
En waarom ik liever midden achter sta dan vooraan.
Ik hoop dat jullie hebben genoten van Joe Cocker.
Nare, nare vrouwen.
Deze is voor jullie.

"Joe Cocker in Klokgebouw: spastisch fantastisch"


 
Foto: Hanneke Wetzer ©