"Heeft u ook zo veel geluk mevrouw?", vraagt de bejaarde man lachend wanneer ik me bij hem voeg.
Hij staat de zolen van zijn laarzen schoon te spoelen in een regenplas.
Precies zoals ik dat ook altijd doe wanneer ik het modderige bos uitkom.
Samen staan we met onze gelaarsde voeten door het troebele water te schudden.
Geluk? Wat bedoelt hij daarmee.
De man heeft er duidelijk plezier mee.
"Dat zeggen ze toch? Als je in de poep bent getrapt!"
"Oh echt?...", vraag ik, "Brengt het geluk als je in de poep bent getrapt?"
"Dat zeggen ze!" grijnst de man terwijl hij vrolijk de stront onder zijn zolen vandaan probeert te schudden.
Zijn vrouw kijkt op afstand geamuseerd toe terwijl ze de auto alvast opent.
"Nou, als dat zo is...dan moet ik inmiddels toch al een hoop geluk hebben gehad zeg!", is mijn conclusie.
Ik vervolg mijn weg naar mijn auto.
De bijrijdersstoel is beschermd met een laken, dus hond mag voorin.
Dat vindt hij gezellig.
Ik ook trouwens.
Met zijn kop uit het raam en het mijne in de wolken rijden we richting huis.
Het was een fijne wandeling.
En de man had gelijk.
Tenminste.
Ik tel ze op, mijn gelukken.
En als ik er zo bij nadenk, dan zijn dat er stiekem toch best wel wat.
Ik realiseer mij dat elke dag en koester ze stuk voor stuk.
Is het hebben van een hond dan toch echt ergens goed voor?
In dat geval luidt mijn advies:
Trap in de stront, niet te vaak, maar met enige regelmaat!
Aan al diegenen die het geluk maar niet kunnen vinden.
Neem een hond en het geluk komt vanzelf op je af.
It's only a drol away.
maandag 8 september 2014
donderdag 19 juni 2014
Vleierij in opdracht
Er zit een gaatje in mijn joggingbroek.
Precies bij mijn bips.
Gelukkig zie je dat niet, want er hangt een versleten rode jas overheen.
Mijn haar heb ik vanmorgen gewassen, dus dat hangt lang en slappig over mijn schouders.
Op dit soort slobberdagen maakt het me niet uit wat ik draag.
Loop ik het liefst overal naar toe op mijn pantoffels.
Zo ook vandaag.
Ik wandel de stad in, heb t-shirts nodig.
En een joggingbroek zonder gaatje.
Tussen de mensen loopt een jongen, ergens midden-twintig schat ik, mij tegemoet.
Zodra wij elkaar passeren spreekt hij me ineens aan.
"Hee, neem me niet kwalijk maar...
Ik zag je zo lopen en ik wou even zeggen dat ik vind dat je er leuk uitziet!"
Verrast kijk ik hem aan en kan niet anders stotteren dan
"Huh...echt waar?! N-nou...eh, dankjewel...!"
Verbijsterd staar ik omlaag naar mijn saaie, altijd zwarte outfit onder die oude, rode jas.
De jongen grijnst wat ongemakkelijk naar me.
"Ja...eh, dat was het..."
"Oh, OK...hahah...nou, bedankt...dag...!"
"Dag!"
Tevreden, maar bijna opgelucht loopt hij verder.
Zijn studie-opdracht is geslaagd.
Dat vermoed ik tenminste.
Waarschijnlijk moest iedereen in de klas vandaag iemand een compliment bezorgen.
Een wildvreemde.
Om reacties los te maken, maar vooral om positieve energie te verspreiden.
En wellicht iets in beweging te zetten, het vlinder-effect.
Wie goed doet, goed ontmoet.
En gewoon om een glimlach op iemands gezicht te brengen.
Nou, dat is hem gelukt, breed lachend scharrel ik verder.
Ik geloofde hem geen moment.
Zijn woorden waren lief, maar zo ontzettend voorbereid.
Dat hij hier nèt mij uitkiest, nèt in deze slonzige toestand.
Hilarisch...
En toch, het was een compleet onverwacht wendinkje in de dag.
Aardige woorden van een totaal onbekende.
Kan mij het schelen dat ze voor willekeurig-wie bedoeld waren.
Ze kwamen bij mij aan, die woorden.
Bij mij!
En dat op een slobberdag.
Met een gaatje in mijn broek.
Precies bij mijn bips.
Gelukkig zie je dat niet, want er hangt een versleten rode jas overheen.
Mijn haar heb ik vanmorgen gewassen, dus dat hangt lang en slappig over mijn schouders.
Op dit soort slobberdagen maakt het me niet uit wat ik draag.
Loop ik het liefst overal naar toe op mijn pantoffels.
Zo ook vandaag.
Ik wandel de stad in, heb t-shirts nodig.
En een joggingbroek zonder gaatje.
Tussen de mensen loopt een jongen, ergens midden-twintig schat ik, mij tegemoet.
Zodra wij elkaar passeren spreekt hij me ineens aan.
"Hee, neem me niet kwalijk maar...
Ik zag je zo lopen en ik wou even zeggen dat ik vind dat je er leuk uitziet!"
Verrast kijk ik hem aan en kan niet anders stotteren dan
"Huh...echt waar?! N-nou...eh, dankjewel...!"
Verbijsterd staar ik omlaag naar mijn saaie, altijd zwarte outfit onder die oude, rode jas.
De jongen grijnst wat ongemakkelijk naar me.
"Ja...eh, dat was het..."
"Oh, OK...hahah...nou, bedankt...dag...!"
"Dag!"
Tevreden, maar bijna opgelucht loopt hij verder.
Zijn studie-opdracht is geslaagd.
Dat vermoed ik tenminste.
Waarschijnlijk moest iedereen in de klas vandaag iemand een compliment bezorgen.
Een wildvreemde.
Om reacties los te maken, maar vooral om positieve energie te verspreiden.
En wellicht iets in beweging te zetten, het vlinder-effect.
Wie goed doet, goed ontmoet.
En gewoon om een glimlach op iemands gezicht te brengen.
Nou, dat is hem gelukt, breed lachend scharrel ik verder.
Ik geloofde hem geen moment.
Zijn woorden waren lief, maar zo ontzettend voorbereid.
Dat hij hier nèt mij uitkiest, nèt in deze slonzige toestand.
Hilarisch...
En toch, het was een compleet onverwacht wendinkje in de dag.
Aardige woorden van een totaal onbekende.
Kan mij het schelen dat ze voor willekeurig-wie bedoeld waren.
Ze kwamen bij mij aan, die woorden.
Bij mij!
En dat op een slobberdag.
Met een gaatje in mijn broek.
Labels:
alledaags,
witte wolken
woensdag 18 juni 2014
Zonnig gestoord
Op een redelijk warme zondagmiddag besluit ik te gaan wandelen.
Van het huis van mijn ouders naar het mijne, daar doe je ruim een uur over.
Het is mooi weer, mijn hond heeft beweging nodig, ik heb ruimte in mijn hoofd nodig, dus een stukje lopen zal ons goed doen.
De eerste helft van de route is behoorlijk groen.
Een wandelpark waar je in de schaduw van de bomen langs het water loopt, bijna helemaal door tot het einde van de wijk.
Vervolgens een stukje bos dat eigenlijk geen bos is, aangezien het zo klein is dat je de auto's aan de overkant gewoon kan zien.
Vroeger liepen hier kinderlokkers, werd ons verteld.
Ik heb er nooit één gezien, maar was desondanks als kind altijd bang om daar te gaan spelen.
Zo passeer ik de tennisbanen, de voetbalvelden, de klimbaan.
Op het race circuit voor speelgoedautootjes is het een drukte van belang, er is een toernooi aan de gang.
Volwassen mannen staren geconcentreerd naar de miniatuurbaan, hun mini-bolide soepel door de scherpste mini-bochten manoeuvrerend...
Het is een spannende wedstrijd, met echt commentaar door echte speakertjes.
Ik denk opgelucht aan mijn lief, die daar niet tussen staat en dat van zijn lang-zal-ze-leven ook niet zal doen.
(Mijn lief springt liever uit vliegtuigen, wat dan weer het andere uiterste is...)
En zo wandel ik de eerste helft van mijn route uit, de groene helft.
Inmiddels zwaar in gedachten verzonken.
Ik sta op het punt om over te steken, bij de flat die mij doet denken aan een badplaatshotel in Tunesië, als ik merk dat er tegen mij gesproken wordt.
Een man op een fiets, blijkt.
Ongeveer mijn leeftijd, misschien iets ouder.
Bruin gebrande huid, korte broek en t-shirt, sportschoenen met neon-gele veters.
Hij ziet er uit alsof hij alles nieuw heeft gekocht om straks te gaan sporten.
Maar dat waarschijnlijk nooit gaat doen.
Hij lacht vriendelijk naar me.
"Ga u hier oversteken?U gaat oversteken hè ja ik moet ook oversteken dan ga ik mee Is dat een Dalmatiër?Da's een Dalmatiër toch Ho pas op hè komt een auto aan Heb je hier voorrang eigenlijk Nee hè tis geen zebrapad Ook geen dalmatiërpad zeker HAHAHA Nou ik moet hier naar rechts naar de Boschdijk dus ja was leuk je gesproken te hebben bedankt hele fijne dag nog tot ziens hè mooie schoenen ja leuk heheheh..."
Daar was geen speld tussen te krijgen...!
Zachtjes schaterend wandel ik door, mijn hoofd omlaag gebogen, glurend naar mijn vaalzwarte H&M gympies.
Mooie schoenen ja leuk...
Ik hou hiervan.
Van dit soort mensen.
Niet helemaal honderd maar toch gelukkig.
Ze doen geen vlieg kwaad en vrolijken je middag op, gewoon door er even te zijn.
Was de hele wereld maar zo.
Niet helemaal honderd, maar toch gelukkig.
Van het huis van mijn ouders naar het mijne, daar doe je ruim een uur over.
Het is mooi weer, mijn hond heeft beweging nodig, ik heb ruimte in mijn hoofd nodig, dus een stukje lopen zal ons goed doen.
De eerste helft van de route is behoorlijk groen.
Een wandelpark waar je in de schaduw van de bomen langs het water loopt, bijna helemaal door tot het einde van de wijk.
Vervolgens een stukje bos dat eigenlijk geen bos is, aangezien het zo klein is dat je de auto's aan de overkant gewoon kan zien.
Vroeger liepen hier kinderlokkers, werd ons verteld.
Ik heb er nooit één gezien, maar was desondanks als kind altijd bang om daar te gaan spelen.
Zo passeer ik de tennisbanen, de voetbalvelden, de klimbaan.
Op het race circuit voor speelgoedautootjes is het een drukte van belang, er is een toernooi aan de gang.
Volwassen mannen staren geconcentreerd naar de miniatuurbaan, hun mini-bolide soepel door de scherpste mini-bochten manoeuvrerend...
Het is een spannende wedstrijd, met echt commentaar door echte speakertjes.
Ik denk opgelucht aan mijn lief, die daar niet tussen staat en dat van zijn lang-zal-ze-leven ook niet zal doen.
(Mijn lief springt liever uit vliegtuigen, wat dan weer het andere uiterste is...)
En zo wandel ik de eerste helft van mijn route uit, de groene helft.
Inmiddels zwaar in gedachten verzonken.
Ik sta op het punt om over te steken, bij de flat die mij doet denken aan een badplaatshotel in Tunesië, als ik merk dat er tegen mij gesproken wordt.
Een man op een fiets, blijkt.
Ongeveer mijn leeftijd, misschien iets ouder.
Bruin gebrande huid, korte broek en t-shirt, sportschoenen met neon-gele veters.
Hij ziet er uit alsof hij alles nieuw heeft gekocht om straks te gaan sporten.
Maar dat waarschijnlijk nooit gaat doen.
Hij lacht vriendelijk naar me.
"Ga u hier oversteken?U gaat oversteken hè ja ik moet ook oversteken dan ga ik mee Is dat een Dalmatiër?Da's een Dalmatiër toch Ho pas op hè komt een auto aan Heb je hier voorrang eigenlijk Nee hè tis geen zebrapad Ook geen dalmatiërpad zeker HAHAHA Nou ik moet hier naar rechts naar de Boschdijk dus ja was leuk je gesproken te hebben bedankt hele fijne dag nog tot ziens hè mooie schoenen ja leuk heheheh..."
Daar was geen speld tussen te krijgen...!
Zachtjes schaterend wandel ik door, mijn hoofd omlaag gebogen, glurend naar mijn vaalzwarte H&M gympies.
Mooie schoenen ja leuk...
Ik hou hiervan.
Van dit soort mensen.
Niet helemaal honderd maar toch gelukkig.
Ze doen geen vlieg kwaad en vrolijken je middag op, gewoon door er even te zijn.
Was de hele wereld maar zo.
Niet helemaal honderd, maar toch gelukkig.
Labels:
alledaags,
witte wolken
woensdag 4 december 2013
Versintsel
"Weet je mama, ik geloof echt wel dat Sinterklaas echt is hoor."
Handje in hand wandelen we samen richting muziekschool.
Mijn acht-en-een-halfjarige dochter en ik, op een druilerige herfstdag in november.
"Oh ja?"
"Ja, want weetje.
Hoe kan het anders dat er zoooo veel mensen naar de intocht gaan kijken?
Ik bedoel, AL die mensen...dan MOET het toch wel echt zijn...!"
Dat is een logica waar ik weinig tegenin kan brengen.
"Tsja, dat is wel zo ja...zou best kunnen..."
Aan mijn hand bestijgt ze een voortuinmuurtje.
Ze balanceert met me mee en springt er aan het einde weer af.
"En weetje, ik weet ook hoe je kan zien of een Piet echt is of nep."
"Echt? Hoe zie je dat dan..."
"Nou, je hebt van die neppe Pieten, die dragen mutsen met maar één kleur.
En echte Pieten hebben veel mooiere mutsen. En die dragen ook van die speldjes, die hebben neppe Pieten niet."
"Ahhh, kun je het daaraan zien?"
"Ja...ik gellloof van wel..."
"Dus echte pieten hebben mutsen met meer kleuren en neppe Pieten hebben maar één kleur."
"Ja...of nee...ja...", ze trekt een moeilijk gezicht, "ik weet het ook niet zo goed wat het is, maar..."
"...je kan het gewoon zíen..."
"Ja! Ik weet niet precies hoe, maar je kan het gewoon zíen!"
Ze kijkt me aan met een blik van "lastig uit te leggen hè? Maar wij begrijpen elkaar!"
Ik kijk haar lachend aan en knik.
Wij begrijpen elkaar.
Ze zit in groep vijf en is nog altijd overtuigd.
Weliswaar begint haar geloof de eerste, lichte barstjes te vertonen.
Maar tot nu toe weet ze die nog altijd op te vullen met aannemelijke verklaringen, gecreëerd door haar eigen fantasie.
Bovendien wil ze nog zo graag.
Geloven dat het waar is allemaal.
Het zal de laatste keer zijn, vermoed ik.
Volgend jaar zal ze waarschijnlijk van haar geloof vallen.
Komt er een einde aan ons Sint-tijdperk.
Schoentjes zetten, liedjes zingen.
Tekeningen voor Sint en wortels voor het paard.
Pakjesavond en hoe spannend dat steeds is.
Ook al is het voor mij persoonlijk vooral alleen maar een hoop gedoe.
Het is mooi om te zien met hoeveel plezier ze opgaan in deze grote, prachtige, traditionele, nationale leugen.
Nog even genieten dus, want deze tijd komt nooit meer terug.
Nu maar hopen dat mijn kleine meisje straks niet al te hard valt...
Handje in hand wandelen we samen richting muziekschool.
Mijn acht-en-een-halfjarige dochter en ik, op een druilerige herfstdag in november.
"Oh ja?"
"Ja, want weetje.
Hoe kan het anders dat er zoooo veel mensen naar de intocht gaan kijken?
Ik bedoel, AL die mensen...dan MOET het toch wel echt zijn...!"
Dat is een logica waar ik weinig tegenin kan brengen.
"Tsja, dat is wel zo ja...zou best kunnen..."
Aan mijn hand bestijgt ze een voortuinmuurtje.
Ze balanceert met me mee en springt er aan het einde weer af.
"En weetje, ik weet ook hoe je kan zien of een Piet echt is of nep."
"Echt? Hoe zie je dat dan..."
"Nou, je hebt van die neppe Pieten, die dragen mutsen met maar één kleur.
En echte Pieten hebben veel mooiere mutsen. En die dragen ook van die speldjes, die hebben neppe Pieten niet."
"Ahhh, kun je het daaraan zien?"
"Ja...ik gellloof van wel..."
"Dus echte pieten hebben mutsen met meer kleuren en neppe Pieten hebben maar één kleur."
"Ja...of nee...ja...", ze trekt een moeilijk gezicht, "ik weet het ook niet zo goed wat het is, maar..."
"...je kan het gewoon zíen..."
"Ja! Ik weet niet precies hoe, maar je kan het gewoon zíen!"
Ze kijkt me aan met een blik van "lastig uit te leggen hè? Maar wij begrijpen elkaar!"
Ik kijk haar lachend aan en knik.
Wij begrijpen elkaar.
Ze zit in groep vijf en is nog altijd overtuigd.
Weliswaar begint haar geloof de eerste, lichte barstjes te vertonen.
Maar tot nu toe weet ze die nog altijd op te vullen met aannemelijke verklaringen, gecreëerd door haar eigen fantasie.
Bovendien wil ze nog zo graag.
Geloven dat het waar is allemaal.
Het zal de laatste keer zijn, vermoed ik.
Volgend jaar zal ze waarschijnlijk van haar geloof vallen.
Komt er een einde aan ons Sint-tijdperk.
Schoentjes zetten, liedjes zingen.
Tekeningen voor Sint en wortels voor het paard.
Pakjesavond en hoe spannend dat steeds is.
Ook al is het voor mij persoonlijk vooral alleen maar een hoop gedoe.
Het is mooi om te zien met hoeveel plezier ze opgaan in deze grote, prachtige, traditionele, nationale leugen.
Nog even genieten dus, want deze tijd komt nooit meer terug.
Nu maar hopen dat mijn kleine meisje straks niet al te hard valt...
Labels:
alledaags,
kinderen,
witte wolken
Abonneren op:
Posts (Atom)



