woensdag 18 juni 2014

Zonnig gestoord

Op een redelijk warme zondagmiddag besluit ik te gaan wandelen.
Van het huis van mijn ouders naar het mijne, daar doe je ruim een uur over.
Het is mooi weer, mijn hond heeft beweging nodig, ik heb ruimte in mijn hoofd nodig, dus een stukje lopen zal ons goed doen.

De eerste helft van de route is behoorlijk groen.
Een wandelpark waar je in de schaduw van de bomen langs het water loopt, bijna helemaal door tot het einde van de wijk.
Vervolgens een stukje bos dat eigenlijk geen bos is, aangezien het zo klein is dat je de auto's aan de overkant gewoon kan zien.
Vroeger liepen hier kinderlokkers, werd ons verteld.
Ik heb er nooit één gezien, maar was desondanks als kind altijd bang om daar te gaan spelen.
Zo passeer ik de tennisbanen, de voetbalvelden, de klimbaan.
Op het race circuit voor speelgoedautootjes is het een drukte van belang, er is een toernooi aan de gang.
Volwassen mannen staren geconcentreerd naar de miniatuurbaan, hun mini-bolide soepel door de scherpste mini-bochten manoeuvrerend...
Het is een spannende wedstrijd, met echt commentaar door echte speakertjes.
Ik denk opgelucht aan mijn lief, die daar niet tussen staat en dat van zijn lang-zal-ze-leven ook niet zal doen.
(Mijn lief springt liever uit vliegtuigen, wat dan weer het andere uiterste is...)

En zo wandel ik de eerste helft van mijn route uit, de groene helft.
Inmiddels zwaar in gedachten verzonken.
Ik sta op het punt om over te steken, bij de flat die mij doet denken aan een badplaatshotel in Tunesië, als ik merk dat er tegen mij gesproken wordt.
Een man op een fiets, blijkt.
Ongeveer mijn leeftijd, misschien iets ouder.
Bruin gebrande huid, korte broek en t-shirt, sportschoenen met neon-gele veters.
Hij ziet er uit alsof hij alles nieuw heeft gekocht om straks te gaan sporten.
Maar dat waarschijnlijk nooit gaat doen.
Hij lacht vriendelijk naar me.

"Ga u hier oversteken?U gaat oversteken hè ja ik moet ook oversteken dan ga ik mee Is dat een Dalmatiër?Da's een Dalmatiër toch Ho pas op hè komt een auto aan Heb je hier voorrang eigenlijk Nee hè tis geen zebrapad Ook geen dalmatiërpad zeker HAHAHA Nou ik moet hier naar rechts naar de Boschdijk dus ja was leuk je gesproken te hebben bedankt hele fijne dag nog tot ziens hè mooie schoenen ja leuk heheheh..."

Daar was geen speld tussen te krijgen...!
Zachtjes schaterend wandel ik door, mijn hoofd omlaag gebogen, glurend naar mijn vaalzwarte H&M gympies.
Mooie schoenen ja leuk...
Ik hou hiervan.
Van dit soort mensen.
Niet helemaal honderd maar toch gelukkig.
Ze doen geen vlieg kwaad en vrolijken je middag op, gewoon door er even te zijn.

Was de hele wereld maar zo.
Niet helemaal honderd, maar toch gelukkig.









woensdag 4 december 2013

Versintsel

"Weet je mama, ik geloof echt wel dat Sinterklaas echt is hoor."
Handje in hand wandelen we samen richting muziekschool.
Mijn acht-en-een-halfjarige dochter en ik, op een druilerige herfstdag in november.

"Oh ja?"
"Ja, want weetje.
Hoe kan het anders dat er zoooo veel mensen naar de intocht gaan kijken?
Ik bedoel, AL die mensen...dan MOET het toch wel echt zijn...!"
Dat is een logica waar ik weinig tegenin kan brengen.
"Tsja, dat is wel zo ja...zou best kunnen..."

Aan mijn hand bestijgt ze een voortuinmuurtje.
Ze balanceert met me mee en springt er aan het einde weer af.

"En weetje, ik weet ook hoe je kan zien of een Piet echt is of nep."
"Echt? Hoe zie je dat dan..."
"Nou, je hebt van die neppe Pieten, die dragen mutsen met maar één kleur.
En echte Pieten hebben veel mooiere mutsen. En die dragen ook van die speldjes, die hebben neppe Pieten niet."
"Ahhh, kun je het daaraan zien?"
"Ja...ik gellloof van wel..."
"Dus echte pieten hebben mutsen met meer kleuren en neppe Pieten hebben maar één kleur."
"Ja...of nee...ja...", ze trekt een moeilijk gezicht, "ik weet het ook niet zo goed wat het is, maar..."
"...je kan het gewoon zíen..."
"Ja! Ik weet niet precies hoe, maar je kan het gewoon zíen!"
Ze kijkt me aan met een blik van "lastig uit te leggen hè? Maar wij begrijpen elkaar!"
Ik kijk haar lachend aan en knik.
Wij begrijpen elkaar.

Ze zit in groep vijf en is nog altijd overtuigd.
Weliswaar begint haar geloof de eerste, lichte barstjes te vertonen.
Maar tot nu toe weet ze die nog altijd op te vullen met aannemelijke verklaringen, gecreëerd door haar eigen fantasie.
Bovendien wil ze nog zo graag.
Geloven dat het waar is allemaal.

Het zal de laatste keer zijn, vermoed ik.
Volgend jaar zal ze waarschijnlijk van haar geloof vallen.
Komt er een einde aan ons Sint-tijdperk.
Schoentjes zetten, liedjes zingen.
Tekeningen voor Sint en wortels voor het paard.
Pakjesavond en hoe spannend dat steeds is.
Ook al is het voor mij persoonlijk vooral alleen maar een hoop gedoe.
Het is mooi om te zien met hoeveel plezier ze opgaan in deze grote, prachtige, traditionele, nationale leugen.
Nog even genieten dus, want deze tijd komt nooit meer terug.
Nu maar hopen dat mijn kleine meisje straks niet al te hard valt...



zondag 10 november 2013

Natte droom

Juli 2013, het is zomer in San Sebastian.
De avond is warm en er zijn veel mensen op straat.
Er wordt gegeten en gedronken, pinxo's, wijn en muziek zijn overal.
Met een ijsje in de hand slenteren we over de boulevard langs het strand, mijn lief en ik.
De zee is zwart en in de verte loert donkere bewolking.
Achter de heuveltoppen ligt het te wachten om ons te bekruipen.

Een straatmuzikant met een gitaar speelt Golden Oldies uit de jeugd van mijn ouders.
Hij doet het niet slecht en heeft dan ook constant wel iemand die blijft staan om te luisteren.
We zijn op de schommels in de speeltuin gaan zitten en zwiepen heen en weer.
Even voelen we ons weer een beetje kind.
De muzikant speelt "Proud Mary" van Ike en Tina Turner.
Luidkeels zing ik mee terwijl ik door de zwoele spaanse lucht zwier en steeds bijna mijn schoenen verlies.
Gelukkig voel ik me.
Wij allebei, geloof ik.

De wolken zijn tevoorschijn gekomen en hebben een onheilspellende bries met zich meegebracht.
Onderweg terug naar ons hotel bekruipt ons het gevoel dat we ingehaald dreigen te worden.
Het naderende onweer sluipt grommend achter ons aan, maar besluit ons toch te sparen.
Op enkele druppels na, van die dikke, zware, slagen we erin om droog aan te komen bij onze slaapplaats.

Maar zodra we goed en wel op onze kamer zijn, barst het los.
Een regelrechte wolkbreuk, van een overweldigend formaat.
Hoe tienduizenden liters ineens naar beneden komen kletteren zoals je dat maar zelden meemaakt.
Het is het type regenbui waarbij ik al jaren verlang om er eens een keer poedelnaakt in te gaan staan.
Dat heb ik nou altijd al eens willen doen en dit is het moment.

Dus trek ik uit wat ik nog aan had, mijn lief volgt mijn voorbeeld.
We stappen op het balkon, dat uitkijkt over een winkelstraat middenin het centrum.
Daar staan we dan en komt ineens, zo onverwacht, een lang gekoesterde wens van mij in vervulling.
Twee naakte geliefden op een spaans balkon, met de armen gespreid en gezichten naar de hemel gericht.
Het is alsof er emmers en emmers tegelijk over ons heen gesmeten worden.
Water, water, mijn make-up en water stroomt over onze piemelblote lichamen.

Op een kletsnatte zomeravond in het hartje van San Sebastian, weet ik dat dit één van die unieke, ultiem zalige momenten is die ik nooit zal vergeten.
De twee vrouwen die op het balkon naast ons onder een afdakje blijken te zitten en geamuseerd opkijken van hun sigaretjes, realiseren zich dit volgens mij ook...







maandag 28 oktober 2013

Kruimeldief pur sang

Een jaar geleden.
Of nee, langer.
Mijn auto heeft een paar dagen voor het huis van mijn ouders gestaan.
In een keurige wijk, in een rustige straat.
Zo'n straat waar nooit iets gebeurt.

Na drie nachtjes logeren kom ik hem ophalen.
Mijn oude Renaultje 4, slechts 7 jaar jonger dan ik.
Er zit niets meer op of aan dan je daadwerkelijk nodig hebt tijdens het rijden.
Een richtingaanwijzerhendeltje met claxon aan de linkerkant.
Een ruitenwisserhendeltje aan de rechterkant.
Een knopje voor de alarmknipperlichten.
Een knopje voor de achterruitverwarming (die het natuurlijk niet doet).
Een schakelpook in het dashboard.
Een knopje voor warme en koude lucht.
Een choke.
Een radio.
Dat is het zo ongeveer.

(Hé, het portier zit niet helemaal dicht...)

Neuriënd ga ik achter het stuur zitten en bekijk het interieur.
Ik mis iets.
Maar wat...?
Dan valt de ongebruikelijke leegte in het midden onder het dashboard mij op.
Er hangen slechts nog wat draadjes...

Mijn neurie valt stil wanneer tot mij doordringt wat hier gebeurd is.
Iemand is mijn bejaarde Renaultje binnengedrongen.
Meer dan een theelepel zal hij niet nodig gehad hebben.
Deze persoon heeft vervolgens op zijn dooie gemak en met grote zorgvuldigheid een krakerige radio/cd-speler van het B-merk "Marquant" los zitten sleutelen.
Hij heeft het risico genomen om betrapt te worden, maar is nu een autoradio rijker die reeds ten dode was opgeschreven.
Die raak je aan de straatstenen niet kwijt.
Ik kan niet anders dan proesten.
Schaterend zit ik achter het stuurtje van mijn rode vriend.
Mijn Renaultje schudt ervan.

Waarschijnlijk is het dezelfde halve zool die ooit hier in de Achtse Barrier mijn fiets jatte.
Een ouwe oma-fiets met een zadel dat zó los zat, dat ik er niet eens op kon zitten.
Ik verplaatste me staand fietsend, omdat ik te belazerd was om hem vast te draaien.
Puberaal als ik was zette ik hem ook niet op slot toen ik een paar minuten bij de drogist naar binnen ging.
En weg was hij.
Lachen moest ik, toen ik zag dat hij gestolen was.
Net zo hard als nu ongeveer.
Omdat ik voor me zag hoe de dief ervandoor zal zijn gegaan op dat brik van mij.
Nietsvermoedend op dat zadel moet zijn gaan zitten, er half afglijdend, bijna op zijn gezicht gaand.
Maar niet heeft kunnen stoppen, omdat hij natuurlijk wel een fiets aan het jatten was en hier dus als de wieswiedeweerga weg moest zien te komen.
Zo zie ik nu mijn autoradiodief voor me, hoe hij tevergeefs met dat ding van heler naar pandjeshuis zal lopen te zeulen.

We schudden nog even door.
Er valt bij mij werkelijk niets te halen.
Des te grappiger is het wanneer ze dat dan toch proberen.
Ik zie wel dat mijn Snickers er nog ligt.
Die heeft hij dan weer niet gevonden, de sukkelaar.
Dat wordt echt niks met die jongen.